Heeft werkneemster recht op loondoorbetaling, daar er sprake is van een voortdurende arbeidsovereenkomst?

donderdag, 27 januari 2011

In deze zaak was werkneemster in de veronderstelling dat zij op staande voet was ontslagen. Daarentegen was werkgever van oordeel dat werkneemster zelf ontslag had genomen. Werkneemster vordert doorbetaling van loon. De kantonrechter in ’s-Hertogenbosch oordeelt of werkneemster daar recht op heeft.

De feiten

Werkneemster is op 1 januari 2008 bij werkgever in dienst getreden als ladybartender. Werkneemster stelt dat zij op 16 oktober, zonder opgave van dringende redenen, op staande voet is ontslagen. Haar zou zijn medegedeeld dat zij met haar werk moest stoppen en heeft haar nettosalaris over 15 en 16 oktober 2010 meegekregen.

Werkneemster heeft een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van het ontslag en heeft zich beschikbaar gesteld te werken. Werkneemster vordert in kort geding werkgever te veroordelen om aan haar o.a. € 1.900,-- bruto aan salaris over oktober en november 2010 te betalen en vanaf de maand december 2010 het overeengekomen brutoloon van € 1.095,-- te betalen tot de dag waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd. Voor beide vorderingen wenst zij tevens een verstrekking van een loonspecificatie.

Voorts vordert zij weder te werk stelling als ladybartender, onder verbeurte van een dwangsom van € 250,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat werkgever daartoe in gebreke mocht blijven.

Werkgever stelt echter dat hij werknemer niet op staande voet heeft ontslagen, maar dat werkneemster zelf ontslag heeft genomen. Werkgever zou werkneemster hebben aangesproken op een veelvoorkomend kassatekort. Hierop zou werkneemster zijn weggelopen en om haar loon hebben gevraagd. Voorts stelt hij dat het salaris tot en met 16 oktober 2010 geheel is betaald, maar dat hij daarna geen loon meer is verschuldigd omdat werkneemster zelf is weggelopen en niet meer is komen werken.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter is van oordeel dat gelet op het feit dat werkgever werkneemster niet heeft ontslagen en dat zij geen ontslag heeft genomen, de arbeidsovereenkomst niet is beëindigd. Met dit in acht nemende heeft werkneemster er in principe recht op dat zij haar werk mag uitvoeren en haar salaris krijgt uitbetaald.

De kantonrechter kan zich nog geen oordeel vormen over de vraag voor wiens rekening het dient te komen dat werkneemster in de periode na 16 oktober 2010 niet heeft gewerkt. Indien de stelling van werkgever dat werkneemster uit eigen beweging is vertrokken juist is, ligt dit aan werkneemster en heeft zij geen recht op salaris.

Het wordt door de kantonrechter wel aannemelijk geacht dat de vordering tot betaling van het salaris vanaf 10 november 2010 in een bodemprocedure wordt toegewezen, daar werkneemster op 9 november 2010 een brief heeft geschreven waarin zij zich beschikbaar stelt te werken. Werkgever heeft niet kenbaar gemaakt dat er van een ontslag geen sprake was en heeft werkneemster niet opgeroepen of uitgenodigd te komen werken. De omstandigheid dat werkneemster na het schrijven van de brief niet is weder te werk gesteld dient daarom voor rekening van werkgever te komen.

Conclusie

De kantonrechter heeft geoordeeld dat werkneemster recht heeft op het salaris van 10 november 2010 tot en met 30 november 2010 en op het overeengekomen salaris over december 2010.

Werkgever wordt tevens veroordeeld de salarisspecificaties over de maanden november en december 2010 aan werkneemster te doen toekomen en om het overeengekomen salaris ook na december 2010 door te blijven betalen zolang hij daartoe op grond van de arbeidsovereenkomst verplicht is.

Tot slot wordt werkgever veroordeeld om werkneemster binnen veertien dagen na betekening van het vonnis weder te werk te stellen als ladybartender, op straffe van een dwangsom van € 50,-- voor iedere dag dat hij na die termijn in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 1.000,--.

www.rechtspraak.nl, LJN: BO9937

Anneloes de Graaf-Ardts, LL.B

Auteur