Heeft een ontslagname als bestuurder ook een arbeidsrechtelijk ontslag als gevolg?

donderdag, 9 september 2010

Deze vraag kwam onlangs aan de orde bij de Rechtbank Leeuwarden. In deze zaak betrof het een gehuwd echtpaar die ook zakelijk aan elkaar waren verbonden. Op enig moment ontstonden problemen, zowel in de privésfeer als in de zakelijke sfeer. Doordat sprake was van een ‘acute liquiditeitsdruk’ heeft de Ondernemingskamer besloten beide bestuurders (gehuwden) te schorsen. Bestuurders hebben vervolgens een vaststellingsovereenkomst ondertekend. Hierdoor is de bestuurdersfunctie van A komen te vervallen. A was echter in de veronderstelling dat haar arbeidsovereenkomst voortduurde.

De feiten

A en B (gehuwden) zijn van begin af aan bestuurders van FazandtGroep geweest. FazandtGroep is enig aandeelhouder en bestuurder van GBE. In 2002 heeft FazandtGroep de exploitatie van het hotel aan GBE overgedragen, waarbij het hotel in eigendom van FazandtGroep is gebleven.

De Ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam heeft een onderzoek bevolen naar de gang van zaken van FazandtGroep en GBE. Hierbij zijn A en B als bestuurders van FazandtGroep geschorst. Uit dit onderzoek is gebleken van een ‘acute liquiditeitsdruk’. A en B verschilden van mening over de vraag wanneer en op welke wijze deze problemen dienden te worden opgelost. Voorts betrokken zij het personeel bij hun conflict. De Ondernemingskamer was van oordeel dat de huidige situatie schadelijk was voor FazandtGroep en GBE en dat zelfs haar voortbestaan hierdoor werd bedreigd.

A en B hebben op 23 maart 2010 een vaststellingsovereenkomst vastgesteld. Hierin is opgenomen dat A de gehouden certificaten van aandelen in FazandtGroep overdraagt aan B. Hierbij is een einde gekomen aan haar bestuurderschap.

Verzoek A

In conventie verzoekt A tewerkstelling in het hotel in een passende functie en loondoorbetaling vanaf 1 mei 2009 tot einde dienstverband. A legt hieraan ten grondslag dat zij een arbeidsovereenkomst heeft met GBE.

Oordeel rechtbank

Het is een vaststaand feit dat A in het hotel werkzaamheden heeft verricht als bedrijfsleider en dat zij hiervoor betaald kreeg. Aangezien partijen geen schriftelijke overeenkomst hebben overgelegd, kan het om een tweetal mogelijkheden gaan: 1) A verrichte het werk o.g.v. een contractuele rechtsbetrekking met GBE of 2) A verrichte het werk uit hoofde van de functionele rechtsbetrekking als bestuurder van GBE.

De voorzieningenrechter acht aannemelijk dat mocht er een arbeidsovereenkomst hebben bestaan, deze is geëindigd. Uit de vaststellingsovereenkomst leidt de voorzieningenrechter dat A en B voor ogen hadden dat het bestuurder- en werknemerschap onlosmakelijk van elkaar is verbonden. Dit blijkt uit het overdragen van de aandelen aan B en dat A alleen nog in hoedanigheid van gast toegang tot het hotel krijgt en de meegekregen vergoeding, welke als salaris kan worden aangeduid. Kortom, de voorzieningenrechter is van oordeel dat mocht al een arbeidsovereenkomst tussen A en GBE hebben bestaan, deze is beëindigd met de ontslagname van A in de vaststellingsovereenkomst.

bron: www.rechtspraak.nl, LJN BN4491

Anneloes de Graaf-Ardts, LL.B

Auteur