Handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag effectiever en efficiënter

dinsdag, 30 augustus 2011

Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft onlangs besloten dat de handhaving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag  (Wml) door de Arbeidinspectie op onderdelen effectiever en efficiënter wordt uitgevoerd.

Met het oog daarop zijn sinds 4 juli 2011 twee aanpassingen in het handhavingsbeleid van de Wml doorgevoerd.  

De twee aanpassingen in het kort:

  1. Voor de handhaving van de Wml wordt de normale arbeidsduur in alle gevallen gesteld op 40 uur per week (of 160 uur bij een 4-wekelijkse betaalperiode of 173,33 uur bij maandloon).
  2. De Arbeidsinspectie (AI) doet bij Wml-controles ook onderzoek naar de verrekening van kosten. De werkgevermag maximaal 20% van het fulltime Wml-loon of het fulltime Wml-jeugdloon aan huisvestingskosten (huur, water- en energiekosten) verrekenen en maximaal 10% van het fulltime Wml-loon aan zorgverzekeringspremie.


Bij Wml-controle wordt het loon berekend naar een arbeidsduur van 40 uur per week (voor alle sectoren)

Ter bevordering van de effectiviteit en efficiency van de Wml-controles is besloten om de handhaving van de Wml sterk te vereenvoudigen. Dit wordt ondermeer bereikt door in alle gevallen bij het toezicht op de Wml uit te gaan van een minimumloon berekend naar een arbeidsduur van 40 uur per week. Daarmee ontstaat voor de Arbeidsinspectie een heldere, eenduidig toetsbare norm die, bezien vanuit de doelstellingen van de Wml, kan waarborgen dat adequaat tegen onaanvaardbare onderbetaling wordt opgetreden.

Indien sociale partners een kortere arbeidsduur (willen) hanteren dan 40 uur per week en daarmee binnen hun sector willen uitkomen op een hoger bruto uurloon, dan blijft het hen vrij staan daarover afspraken te maken. De werkgever zal dan ook overeenkomstig de gemaakte (cao)afspraken moeten belonen.

De Arbeidsinspectie zal  echter alleen handhavend optreden voor zover er minder beloond wordt dan het bruto uurloon berekend naar een 40-urige werkweek. Deze ondergrens zal de Arbeidsinspectie voor alle werknemers in het kader van Wml-controles waarborgen. Zo nodig zullen werkgevers verplicht worden tot nabetaling, via  het opleggen van een zogeheten ‘last onder dwangsom’.

Verrekeningen met het wettelijk minimumloon

Werknemers hebben aanspraak op het wettelijk minimumloon. In de praktijk komt het echter voor dat werkgevers soms forse bedragen met het loon verrekenen, waardoor er minder dan het minimumloon wordt uitbetaald. Er bestaat geen bezwaar tegen verrekening van aantoonbare gemaakte kosten voor huisvesting en premie ziektekostenverzekering als dat ordentelijk gebeurt. Het is acceptabel dat de werkgever deze kosten, omwille van efficiency en zijn eigen zekerheid, met het loon verrekent. Het gaat dan om kosten die voor iedere werknemer onvermijdelijk zijn. Echter té omvangrijke inhoudingen (vooral voorkomend bij -  tijdelijke - werknemers afkomstig uit Midden- en Oost-Europa) zijn niet in overeenstemming met de Wml.

Als norm zal uitsluitend verrekening van door de werkgever vergoede kosten voor de huisvesting worden toegestaan tot aan een maximum van 20% van het fulltime Wml-loon of het fulltime Wml-jeugdloon aan huisvestingskosten. Daarnaast zal verrekening van de door de werkgever betaalde kosten voor de premie van de ziektekostenverzekering worden toegestaan, tot aan 10% van het fulltime Wml-loon. In beide gevallen zal de werkgever moeten aantonen dat het om reële kosten en betalingen gaat en tevens dat de werknemer uitdrukkelijk met de verrekening heeft ingestemd.

Uitzendkrachten 

Voor de beloning van uitzendkrachten geldt dat de ‘normale, volledige arbeidsduur’ bij de inlener de maatstaf is.

(Bron: Rijksoverheid)

Auteur