Grovelijke belediging van werkgever via Facebook is een dringende reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst

donderdag, 29 maart 2012

Over het gebruikmaken van social media, bijvoorbeeld door de werkgever bij het screenen van sollicitanten of door de werknemer op de werkvloer, is al een en ander gepubliceerd. Ook over de gevolgen van het gebruik van internet op de productiviteit en creativiteit van de werknemer is veel te lezen op internet. Uitspraken van rechters over uitlatingen die de werknemers doen via social media-sites zoals Hyves, Facebook en LinkedIn, zijn er niet of nauwelijks. Er zijn wel uitspraken bekend over de schending van privacy vanwege het plaatsen van filmpjes op YouTube en over het (bewust) plaatsen van foutieve informatie op LinkedIn. Ook is bekend dat het voor een (ex-)werknemer “link” kan zijn om “linked” te zijn (connected) met bepaalde zakelijk contacten, met het oog op een overeengekomen relatiebeding.

De kantonrechter te Arnhem heeft zich vorige week gebogen over een zaak waarin een werknemer van Blokker zijn werkgever op Facebook uitmaakte voor een “hoerebedrijf”. Wat was er nog meer aan de hand in deze zaak, waarin het dienstverband nog geen drie maanden heeft geduurd?

Werknemer is op 2 januari 2012 bij Blokker in dienst getreden in de functie van magazijnmedewerker, nadat hij eerder een periode als uitzendkracht voor Blokker werkzaam is geweest. Na twee weken was de houding en het gedrag van de werknemer voor de werkgever al aanleiding voor overleg en een waarschuwing: de werknemer had aan Blokker gevraagd om een voorschot te verstrekken, welk verzoek Blokker niet had gehonoreerd. Kennelijk had de werknemer veel moeite met de afwijzing want hij heeft zich vervolgens “opgefokt” en “bedreigend” gedragen op de werkvloer, aldus Blokker. Daarnaast heeft hij zich op het internet (Facebook) negatief uitgelaten over Blokker. Blokker heeft aangegeven dat zij dergelijk gedrag niet kan accepteren en hem geadviseerd in het vervolg niet op die manier te reageren, om verdere sancties te voorkomen.

Twee weken later, op 2 februari 2012, heeft werknemer het volgende bericht op Facebook geplaatst:

“blokker wat een hoerebedrijf spijt dak er ben gaan werken en die mensen ook d er werken vooral me teamleider wat een gore achter de ellebogen nijmegseple nep wout je ken aan die kkstreken van hem wel merken dat hij uit nijmegen ko en wout uis geweest de hoerestumperd ooit komt mijn dag en geloof me dan st ze te janken kkhomo,s”

Blokker heeft nog diezelfde dag de werknemer geschorst en vervolgens de kantonrechter verzocht om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst wegens dringende redenen ontbonden, met onmiddellijke ingang en zonder toekenning van een vergoeding, om de volgende redenen:

-     

De werknemer heeft met het bericht, geplaatst op Facebook, zijn direct leidinggevende en zijn werkgever op grovelijke wijze beledigd. Werknemer was een gewaarschuwd man. Met vrijheid van meningsuiting heeft dit niets te maken. Die vrijheid wordt begrensd door de beginselen van zorgvuldigheid die een werknemer jegens werkgever in acht dient te nemen en als goed werknemer had werknemer dit bericht niet behoren te plaatsen.

-

Voor werknemer was geen enkele aanleiding om zich publiekelijk uit te laten op de wijze zoals hij heeft gedaan.

-

Het feit dat de direct leidinggevende van werknemer de excuses van werknemer heeft geaccepteerd doet hier niets aan af.

-

Het kan werknemer niet baten dat hij het bericht kort na ontvangst van de brief van 2 februari 2012 (schorsingsbrief) van Facebook heeft verwijderd. “Dat is mosterd na de maaltijd”, aldus de kantonrechter.

-

Het argument van werknemer dat Facebook tot het privédomein van de werknemer behoort, wordt gepasseerd, aangezien de werknemer daarmee miskent dat het privékarakter van Facebook betrekkelijk is, zo ook het begrip “vrienden”. Immers, een van de collega’s van werknemer, die kennelijk tot de “vriendenkring” van werknemer behoort, heeft Blokker van het bericht op Facebook op de hoogte gesteld. Zo hebben ook anderen van de uitlating van werknemer kennis kunnen nemen.


Vervolgens overweegt de kantonrechter nog dat werknemer bovendien heeft miskend dat met het plaatsen van het bericht op Facebook, er het risico van “re-tweten” is, welk risico met zich meebrengt dat ook anderen dan de “vrienden” van werknemer kennis kunnen nemen van het bericht in kwestie.

Los van de vraag of de rechter de juiste termen hanteert (“re-tweten” op Facebook?) is duidelijk dat de kantonrechter van mening is dat de werknemer te ver is gegaan. De “post” op Facebook, komt werknemer duur te staan.

Het is niet de eerste keer en het zal zeker niet de laatste keer zijn dat dit is gebeurd. Met het toenemende gebruik van social media is het wachten op de volgende zaken waarin rechters zich buigen over de vraag of de grenzen van het toelaatbare zijn overschreden. In dat kader zullen meer issues aan bod komen, zoals de vraag of de werkgever überhaupt kennis kan en mag nemen van bepaalde informatie (schending van privacyrechten van de werknemer). En zo ja, wat de werkgever met die informatie, afkomstig van Facebook, Hyves, Twitter en talloze blogs, kan doen? Denk in dit kader bijvoorbeeld ook aan de zieke werknemer die op internet uit de school klapt over zijn privé-activiteiten en daarbij in niets gehinderd lijkt door enige vorm van arbeidsongeschiktheid. Uiteraard houden wij u op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op dit gebied.