Gezamenlijk standpunt markttoezichthouders inzake Wetsvoorstel Huis voor klokkenluiders

dinsdag, 5 november 2013

De toezichthouders ACM, AFM en DNB hebben op verzoek van minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hun gezamenlijke standpunt kenbaar gemaakt over het wetsvoorstel Huis voor klokkenluiders (hierna: ‘het wetsvoorstel’). In de betreffende brief van 9 september onderschrijven zij het grote publieke belang bij het stimuleren van het melden van misstanden bij de relevante instanties. De toezichthouders zijn echter bezorgd over de implicaties van het wetvoorstel.

Tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel op donderdag 31 oktober heeft minister Plasterk passages uit de brief van de toezichthouders besproken. Uit de brief komt enerzijds naar voren dat de toezichthouders positief staan tegenover het doel van het wetsvoorstel, namelijk het stimuleren van het melden van misstanden en het beschermen en ondersteunen van klokkenluiders. Anderzijds geven zij aan dat het wetsvoorstel diverse knelpunten kent en veel vragen oproept.

Overlappen van onderzoekstaken
Allereerst maken de toezichthouders zich zorgen over de onderzoekstaken van het Huis voor klokkenluiders. De indieners van het wetsvoorstel zijn van mening dat het onderzoeken van misstanden niet goed past bij het houden van toezicht. De toezichthouders geven aan dat dit een belangrijk onderdeel is van hun core business. Aangezien het begrip ‘misstand’ in het wetsvoorstel breed is gedefinieerd, kan een onderzoek van het Huis voor klokkenluiders wat betreft onderwerp en voorwerp gaan overlappen met die van de toezichthouders. Dit geldt zowel voor lopende onderzoeken als voor nieuwe onderzoeken. De toezichthouders geven aan dat de potentiële schade ten aanzien van dit punt zeer groot is.

Verder wijzen zij erop dat het wetsvoorstel onvoldoende rekening houdt met het feit dat het regelmatig van belang is ondernemingen te verrassen. Dit met het oog op het veiligstellen van het bewijs. Daarnaast beschikken de toezichthouders over bijzondere expertise. Het Huis voor klokkenluiders mist dergelijke kennis, vaardigheden en mogelijkheden. Ook is het werk van de toezichthouders met allerlei rechtswaarborgen omkleed. In het wetsvoorstel is hier niet of nauwelijks in voorzien. Concluderend zijn de toezichthouders dan ook van mening dat de wettelijke onderzoekstaken exclusief aan hen moet zijn voorbehouden.

Interne meldplicht
Ten tweede geeft het wetsvoorstel aan dat een misstand door een klokkenluider eerst intern dient te worden gemeld. Daarnaast moet er contact zijn tussen het Huis voor klokkenluiders en de werkgever. Dit kan er echter voor zorgen dat de – gewaarschuwde – werkgever tot bewijsvernietiging kan overgaan. Het wetsvoorstel houdt derhalve onvoldoende rekening met gevallen waarin ondernemingen illegaal gedrag vertonen.

De toezichthouders komen met twee mogelijke oplossingen. Allereerst kan het wetsvoorstel worden beperkt tot situaties waarbij het zinvol is dat er overleg plaatsvindt tussen de klokkenluider, het Huis voor klokkenluiders en de werkgever alvorens een toezichthouder wordt benaderd. Dit kan het geval zijn als de werkgever zelf niet bewust is betrokken bij een misstand. Daarnaast kan het wetsvoorstel zo worden aangepast dat de relevante toezichthouder eerder wordt geïnformeerd dan de onderneming. Het is nu afwachten of en wat met het advies van de toezichthouders wordt gedaan.