Gerechtshof Amsterdam beslist dat kartelboete niet (deels) aftrekbaar is

dinsdag, 16 maart 2010

De belastingkamer van het gerechtshof Amsterdam heeft op 11 maart jl. uitspraak gedaan in twee zaken die betrekking hebben op de fiscale aftrekbaarheid van een (doorbelaste) mededingingsboete.

Zaak 1

De eerste zaak betreft X BV, een Nederlandse dochtervennootschap van een internationaal concern. In 2002 heeft de Europese Commissie (de Commissie) aan X KG, een in Duitsland gevestigde groepsvennootschap, een boete van € 85,8 mln opgelegd wegens overtreding van het Europese mededingingsrecht door die groep (verboden prijsafspraken, een inbreuk op art. 81 (oud) van het EG-Verdrag). De Duitse KG heeft van de boete € 2,5 mln aan X BV doorbelast. X BV vindt dat deze kosten in aftrek kunnen komen van haar fiscale winst. De Belastingdienst meent van niet, omdat art. 3.14 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) dit verbiedt.

De rechtbank Haarlem heeft X BV in het gelijk gesteld, omdat de door de Commissie opgelegde boete voor een deel niet een boete zou zijn als bedoeld in art. 3.14 van de Wet IB 2001. Dit betreft het deel van de boete dat ertoe zou hebben gestrekt om aan X BV het ‘wederrechtelijk genoten voordeel’ te ontnemen.

De Belastingdienst is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan bij het gerechtshof. In deze procedure heeft zich ook de Commissie gemengd. Over de vraag of de Commissie in een fiscale procedure schriftelijke opmerkingen mag maken heeft het gerechtshof op 12 september 2007 vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de EG. Het Hof van Justitie heeft op 11 juni 2009 beslist dat de Commissie daartoe bevoegd is.

Vervolgens heeft het gerechtshof de Commissie tot het maken van opmerkingen en tot het geven van een toelichting ter zitting in staat gesteld. Voorzover bekend is dit voor het eerst dat de Commissie op deze wijze bij een fiscale procedure betrokken is.

Het gerechtshof heeft vandaag geoordeeld dat de in art. 3.14 van de Wet IB 2001 opgenomen aftrekuitsluiting geen ruimte biedt om onderscheid te maken tussen een (niet aftrekbaar) bestraffend gedeelte, en een (wel aftrekbaar) voordeelontnemend gedeelte. X BV mag de Europese mededingingsboete dus niet van de winst aftrekken.

Zaak 2

De tweede zaak is vergelijkbaar met de eerste. Het gaat daarin om een door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) opgelegde boete wegens overtreding van art. 6 van de Mededingingswet (en art. 81 (oud)  van het EG-Verdrag).

Mede onder verwijzing naar zijn beslissing in de eerste zaak heeft het gerechtshof beslist dat de door de NMA opgelegde boete niet aftrekbaar is.

Bron: www.rechtspraak.nl