Geen verplichting om detentie mee te delen

woensdag, 19 juni 2013

Onlangs oordeelde de kantonrechter in kort geding dat een werknemer voorafgaand aan zijn indiensttreding niet uit eigen beweging melding had hoeven te maken van zijn strafrechtelijke verleden, omdat dat verleden niet relevant was voor een goede uitoefening van zijn werkzaamheden. Bovendien, zo oordeelde de kantonrechter, bestond er geen reëel recidivegevaar zodra hij voor werkgever aan het werk zou zijn. De kantonrechter in de ontbindingsprocedure oordeelde over het eerste punt echter anders.

Werknemer is als basisarts per juli 2012 in dienst getreden bij werkgever, een verpleeghuis. Tijdens het intakegesprek met een bemiddelingsbureau is werknemer geconfronteerd met het feit dat er een gat van acht jaar in zijn cv bestaat. Daarop zou werknemer hebben gezegd dat hij in die periode voor zijn ouders heeft gezorgd en een studie alternatieve geneeswijzen heeft gevolgd. Daarnaast heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de werkgever en de werknemer over opleiding en werkervaring. Werkgever heeft niet om een Verklaring Omtrent Gedrag gevraagd.

In december 2012 is werkgever gebeld door de Hoofdinspectie van de Volksgezondheid met de vraag of werkgever wist dat één van zijn artsen een crimineel verleden had. Werkgever heeft die vraag ontkennend beantwoord. Vervolgens vindt daarna een gesprek plaats tussen werkgever en werknemer. In dat gesprek erkent werknemer dat hij geen melding heeft gemaakt van zijn strafrechtelijke verleden (detentie wegens een levensdelict) en de in het kader van de strafzaak vastgestelde persoonlijkheidsstoornis. Daags daarna stelt werkgever werknemer vrij van het verrichten van werkzaamheden en bericht hem dat de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2013 van rechtswege zal eindigen en niet zal worden voortgezet wegens een ernstige vertrouwensbreuk. Werknemer vordert nu in kort geding toelating tot het verrichten van zijn werkzaamheden bij werkgever.

Juridisch kader

Kort geding

Ter zitting verklaart werknemer dat hij de waarheid zou hebben gezegd richting werkgever als hem daarnaar zou zijn gevraagd; maar dat laatste is niet het geval geweest. Volgens de kantonrechter rustte onder die omstandigheden op de werknemer niet de verplichting om uit zichzelf openheid van zaken te geven over zijn verleden. Hetgeen is gebeurd heeft zich afgespeeld in de relationele sfeer. De kantonrechter verwijst dan naar jurisprudentie van de Hoge Raad waarin is overwogen dat partijen hun gedrag mede moeten laten bepalen door de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij.

Dit brengt mee, volgens de kantonrechter, dat de werknemer had moeten praten, als er een reëel recidivegevaar zou bestaan, zodra hij aan het werk bij werkgever zou gaan. Dit laatste doet zich hier niet voor. Ook heeft werkgever zijn onwetendheid voor een zeer groot deel aan zichzelf te wijten door niet naar het verleden van de werknemer te vragen. Evenmin is werknemer verzocht een Verklaring Omtrent Gedrag op te vragen. De vordering tot wedertewerkstelling van werknemer wordt dan ook toegewezen door de kantonrechter.

Ontbindingsprocedure

Een paar weken later volgt de door werkgever aanhangig gemaakte ontbindingsprocedure. De kantonrechter in de ontbindingsprocedure neemt, anders dan zijn collega, wel aan dat op de werknemer een zelfstandige spreekplicht rustte, althans dat de spreekplicht van werknemer prevaleerde boven de informatieverplichting die op de werkgever rustte.

In principe wordt het strafrechtelijke verleden van een werknemer beschermd, maar in dit geval had werknemer zijn werkgever, gelet op de beoogde functie van arts voor een groep kwetsbare ouderen, over zijn verleden tijdens zijn sollicitatie en zeker ook nadien toen hij door werkgever met vragen werd geconfronteerd, naar waarheid moeten informeren. Nu zijn strafrechtelijke verleden in de weg staat aan een verantwoorde invulling van zijn functie als arts, prevaleert de spreekplicht van de werknemer boven de informatieplicht van de werkgever (door zelf verder onderzoek te doen en bijvoorbeeld een Verklaring Omtrent Gedrag te vragen).

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst, voor zover die al niet per 1 maart 2013 van rechtswege zou zijn geëindigd, zonder toekenning van een vergoeding.

Bron:

-  Kantonrechter Enschede, 29 januari 2013, LJN: BY9847;

-  Kantonrechter Enschede, 18 februari 2013, LJN: BZ1359.

Auteur