Geen ontbinding van arbeidsovereenkomst van directeur

maandag, 7 juni 2010

Recent heeft de kantonrechter het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de directeur van het ziekenhuis in Heerenveen afgewezen en bepaald dat het bestuur van het ziekenhuis de directeur ook weer tot zijn werk moet toelaten, alsmede een rectificatie dient te verzenden via een perspublicatie aan het ANP en via het intranet van het ziekenhuis.

De directeur van het ziekenhuis is sinds 1 mei 2007 in dienst bij het ziekenhuis. De directeur had een relatie met een persoon, hierna “partner” die eind 2007 werd verdacht van oplichting/verduistering/gewoonte witwassen. Op 23 juni 2009 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de strafzaak tegen de partner waarbij hij is veroordeeld ter zake van oplichting, verduistering en gewoonte witwassen. De partner is van de uitspraak in hoger beroep gegaan. De directeur is zelf op 19 februari 2008 aangehouden door de politie en voor verhoor drie dagen in verzekering gesteld op verdenking van oplichting en witwassen in vereniging. Later is de directeur gedagvaard ter zitting van 9 november 2009 ter zake van gekwalificeerde verduistering. De directeur heeft de Raad van Toezicht van het ziekenhuis hierover geïnformeerd. Deze zaak heeft geleid tot publicatie in de media.

Naar aanleiding daarvan heeft de Raad van Toezicht bij brief van 11 november 2009 aan de directeur, onder meer, meegedeeld dat de spreekwoordelijke ‘emmer’ thans geheel gevuld is en dat vanwege een feit of omstandigheid die zich na heden in het nadeel van de directeur zal voordoen, de Raad van Toezicht meer dan voldoende aanleiding ziet om over te gaan tot een non-actiefstelling gevolgd door ontslag.

Op 29 januari 2010 is de partner onder elektronisch toezicht geplaatst in de woning van de directeur. Op 31 maart 2010 is de directeur op non-actief gesteld en ontheven uit zijn functie als statutair bestuurder. Daaraan voorafgaand heeft de Raad van Toezicht een persbericht uitgegeven, waarin staat vermeld dat de Raad van Toezicht van mening is dat de directeur afspraken heeft geschonden die waren gemaakt in het kader van de tegen hem lopende strafzaak. Een van de afspraken betrof: “directeur meldt eveneens omstandigheden of feiten die aanleiding kunnen zijn voor negatieve publiciteit rond zijn persoon en daarmee het ziekenhuis”. Het werkinhoudelijk functioneren van de directeur is goed.

Het ziekenhuis verzoekt de kantonrechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de directeur. De directeur vordert een wedertewerkstelling in de functie van directeur, alsmede een rectificatie middels een perspublicatie.

De directeur geeft in deze procedure aan dat de Raad van Toezicht eerder, bij het maken van afspraken, heeft toegezegd het oordeel van de strafrechter af te wachten. De feitelijke gronden die de Raad van Toezicht aan het besluit tot non-actiefstelling en het voorgenomen ontslag legt, zijn onjuist. De directeur heeft toegezegd de Raad van Toezicht op de hoogte te houden van belangrijke ontwikkelingen binnen zijn strafzaak, hetgeen hij ook heeft gedaan. Over de elektronisch detentie van zijn partner heeft de directeur openlijk gecommuniceerd onder andere met een lid van de Raad van Toezicht.

Het ziekenhuis voert in de procedure aan dat de directeur achtergrond informatie heeft onthouden over zijn relatie met de partner. De directeur moet hebben geweten dat die relatie een risico factor in zich borg op negatieve publiciteit die af zou kunnen stralen op de functie van bestuurder van het ziekenhuis. De directeur heeft de onvoorwaardelijke toezegging gedaan de Raad van Toezicht steeds tijdig vooraf van relevante ontwikkelingen op de hoogte te zullen stellen.

De directeur heeft de gemaakte afspraken, waaronder eerder vermelde afspraak, geschonden. Op grond daarvan heeft de Raad van Toezicht zijn besluit op non-actiefstelling genomen en hem op 31 maart 2010 ontheven uit zijn functie als statutair bestuurder.

De Kantonrechter stelt vast dat partijen hebben afgesproken dat de directeur de Raad van Toezicht op de hoogte zou houden van alle omstandigheden die aanleiding zouden geven voor negatieve publiciteit rond de persoon van de directeur en daarmee voor het ziekenhuis. Het lid van de Raad van Toezicht tegen wie de directeur zou hebben gezegd dat zijn partner in zijn woning elektronische detentie ondergaat, ontkent dat hij die informatie van de directeur heeft gekregen. Voor de kantonrechter is daarom niet komen vast te staan dat de directeur heeft verzwegen dat zijn partner tijdens elektronische detentie bij hem thuis verbleef.

Zelfs indien de directeur de Raad van Toezicht van het ziekenhuis niet (tijdig) zou hebben verteld van het elektronische huisarrest van zijn partner, vindt de kantonrechter dit in de gegeven omstandigheden niet zodanig ernstig dat dit objectief gezien een ontslag zou kunnen rechtvaardigen. Duidelijk is dat de directeur zich aan de afspraak heeft gehouden om de Raad van Toezicht op de hoogte te houden van zijn privé omstandigheden.

Hoewel de kantonrechter begrijpt dat het ziekenhuis met nieuwe mediagevoelige ontwikkelingen werd geconfronteerd die afbreuk deden aan het vertrouwen in haar directeur, is er nog geen enkele publiciteit geweest over de elektronische detentie van de partner van de directeur. Het gaat dan ook te ver om te spreken van de spreekwoordelijke druppel die de emmer doet overlopen waarnaar de Raad van Toezicht verwijst. De Raad van Toezicht van het ziekenhuis is dan ook te kort door de bocht gegaan om het vertrouwen in haar directeur op te zeggen en te ontslaan.

De kantonrechter wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de directeur af en wijst de vordering van de directeur toe door het ziekenhuis te veroordelen de directeur binnen één week na de uitspraak weer toe te laten tot zijn werkzaamheden en een persbericht naar het ANP te sturen (inclusief het intranet van het ziekenhuis) waarin staat dat de kantonrechter het ontbindingsverzoek heeft afgewezen en dat de directeur weer aan de slag mag.

Bron: rechtbank Leeuwarden, Sector Kanton, Locatie Heerenveen
LJN BM 3403 en BM 3408

Auteur