Geen eigen gezicht op de markt, dus geen slaafse nabootsing

donderdag, 3 augustus 2017

Binnen het intellectueel eigendomsrecht wordt slaafse nabootsing vaak gezien als een laatste redmiddel. Dit is niet verwonderlijk aangezien slaafse nabootsing, oftewel het namaken van andermans product, een vorm is van een onrechtmatige daad. Kan geen beroep worden gedaan op enig intellectueel eigendomsrecht, dan is er nog de onrechtmatige daad op basis waarvan slaafs nabootsen onrechtmatig is. Dat een beroep op slaafse nabootsing niet altijd slaagt, blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 19 juli 2017.

Wat is slaafse nabootsing?

Slaafse nabootsing is nabootsing waarbij nodeloos verwarring wordt veroorzaakt. Dat levert oneerlijke mededinging op en is daarom onrechtmatig. Hiervoor is wel vereist dat het oorspronkelijke product een ‘eigen gezicht’ heeft op de relevante markt. Het product moet zich onderscheiden van andere soortgelijke producten. Dit wordt ook  wel ‘het Umfeld’ genoemd. Deze onderscheidingskracht kan onder meer voortvloeien uit de aard en de hoeveelheid van de gelijksoortige producten welke zich op een bepaald moment op de relevante markt bevinden. In hoeverre dit product zich dan dient te onderscheiden, is niet altijd even makkelijk te beoordelen. 

Het eigen gezicht op de markt

In de zaak waarover de Rechtbank Gelderland zich boog, verkochten twee ondernemingen beide rubberen structuurmatten, waarmee een anti-slip profiel in beton kan worden aangebracht: Compañero stelde dat de nieuwe structuurmatten van DG Rubber een slaafse nabootsing betroffen van haar twee best verkopende producten.

Compañero stelt een aantal kenmerken aan de orde waaruit, volgens haar, het eigen gezicht van haar producten blijkt:

  • De matten zijn dun en makkelijk te verlijmen (gebruiksgemak);
  • De matten zijn uit een ander materiaal gemaakt dan voorheen werd gebruikt (materiaalkeuze);
  • De combinatie van de matten met de profielen is niet eerder uitgevoerd;
  • Het betreft een nieuw productieproces;
  • De matten geven een ander resultaat dan eerdere alternatieven.

De rechtbank gaat vervolgens deze kenmerken langs om te toetsen of de matten van Compañero daadwerkelijk een eigen gezicht hebben op de relevante markt. Het gebruiksgemak en de materiaalkeuze zijn kenmerken die reeds in 1995 in matten van DG Rubber waren verwerkt. Deze kenmerken onderscheiden zich niet. Het productieproces en het resultaat (namelijk het antislipprofiel in het beton) dragen ook niet bij aan het eigen gezicht van de matten. Bepalend is immers eventuele verwarring ten tijde van de aankoopbeslissing. Ook het laatste kenmerk wordt door de rechtbank terzijde geschoven. In de profielen was gekozen voor eenvoudige standaardvormen: een ruitprofiel en een gezandstraald blokjesprofiel. Dergelijke vormen zijn zo triviaal dat deze, volgens de rechtbank, niet bijdragen aan het eigen gezicht.

Als laatste argument geeft Compañero aan dat zij inspanningen heeft verricht de matten te ontwikkelen en te vermarkten. De rechtbank oordeelt daarover dat het enkele feit dat inspanningen zijn verricht, en dat Compañero commercieel succes en een aanzienlijk marktaandeel heeft verworven, niet meebrengt dat deze structuurmatten wat uiterlijke vormgeving betreft een eigen gezicht hebben verworven. Omdat Compañero geen eigen gezicht heeft in de markt, is de gestelde nabootsing niet onrechtmatig.

Conclusie

Een succesvol beroep op slaafse nabootsing kan lastig zijn. De voorkeur verdient dan ook om uw producten te beschermen via intellectuele eigendomsrechten zoals het modellen- of het merkenrecht. Het is echter niet onmogelijk om uw product via slaafse nabootsing te beschermen, mits er voldaan kan worden aan het eigen gezicht criterium. Laat u dan wel, voordat u een dergelijke procedure start, vooraf goed inlichten door een expert op dit gebied.

Meer weten over welke bescherming het best past bij uw product of wenst u een andere partij aan te spreken? Neem dan gerust contact op met  Ranee van der Straaten (e-mail) of Floris de Vriend (e-mail). 

Gerelateerd aan

Rechtsgebieden

IE & IT

Auteur
mr. F. (Floris) de Vriend
mr. F. (Floris) de Vriend Juridisch medewerker