Gat in wet snel gedicht; alimentatieverplichting geldt niet meer als schuld in box III

maandag, 8 maart 2010

In een eerdere nieuwsbrief (juli 2009) hebben we u bericht, dat naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad van 27 februari 2009 het mogelijk was voor een alimentatieplichtige om naast de gedane alimentatiebetalingen in box I (als persoonsgebonden aftrek) bovendien de toekomstige alimentatiebetalingen in box III als een schuld op te nemen.

Wetgever aan zet

De Hoge Raad legde in dit arrest een gat in de wetgeving bloot waarvan alimentatieplichtigen konden profiteren. Staatssecretaris van Financiën Jan-Kees de Jager (inmiddels demissionair minister van Financiën) heeft door middel van reparatiewetgeving hier vliegensvlug een einde aan gemaakt en het bestaande gat gedicht. In het Belastingplan 2010 onder punt 8.2 ‘Persoonsgebonden aftrek en schulden in box 3’ staat het volgende hierover vermeld:

‘Het kabinet acht het echter niet wenselijk dat wanneer een periodieke gift als persoonsgebonden aftrekpost in aanmerking kan worden genomen, de met deze gift corresponderende stamrechtverplichting ook invloed heeft op het voordeel uit sparen en beleggen. Hetzelfde geldt ten aanzien van alimentatieverplichtingen voor de persoonsgebonden aftrekpost uitgaven voor onderhoudsverplichtingen. Zoals ook is aangegeven bij de beantwoording van de Kamervragen van (…) , komen deze verplichtingen die kunnen leiden tot uitgaven die ingevolge hoofdstuk 6 van de Wet IB 2001 geheel of voor een deel worden aangemerkt als een persoonsgebonden aftrekpost, niet als schuld in box 3 in aanmerking. Deze wijziging werkt, zoals eveneens bij de beantwoording van de hiervoor genoemde Kamervragen is aangekondigd, terug tot en met 30 december 2009.’

Op de valreep

De Rechtbank Breda heeft op de valreep, voordat de wetswijziging in werking trad op 30 december 2009, op 11 december 2009 (LJN BK8074) geoordeeld dat onder de toen nog geldende wetgeving, de wetsbepalingen over de vermogensrendementsheffing geen onderscheid maken tussen tot het familierecht behorende verplichtingen, zoals alimentatieverplichtingen, en verplichtingen die voortvloeien uit het vermogensrecht. De rechtbank was daarom van oordeel dat een verplichting uit het familierecht was aan te merken als schuld voor de rendementsgrondslag van box 3. De rechtbank vond de wettekst op dit punt duidelijk en maakte uit de wetsgeschiedenis van de wetsbepalingen op dat de gebruikte begrippen (waaronder verplichtingen) ruim moeten worden uitgelegd.

Gevolgen nieuwe wetgeving

Hoewel de wetgever, net als de Hoge Raad en de Rechtbank Breda, niet ontkent dat alimentatieverplichtingen een waarde hebben in het economische verkeer, worden deze op grond van het nieuwe artikel 5.3 lid 3 sub a Wet inkomstenbelasting 2001 niet als een schuld in box III in aanmerking genomen. Dit geldt overigens voor alle verplichtingen die kunnen leiden tot uitgaven die als een persoonsgebonden aftrekpost worden aangemerkt.

Zodoende heeft de wetgever de vreugde van de alimentatieplichtige over de mogelijkheid voor zijn ‘dubbele’ aftrekpost snel en vakkundig de kop in gedrukt. Één lichtpuntje resteert hen nog. Aangezien het belastingplan 2010 terugwerkt tot 30 december 2009, betekent dit dat alimentatieplichtigen met box III vermogen die vóór 1 januari 2009 duurzaam gescheiden leefden hiervan nog wel kunnen profiteren. Bij de aangifte over 2009 kan de alimentatieschuld nog wel in box III opgevoerd worden bij peildatum 1 januari 2009 maar niet meer bij de eindpeildatum van 31 december 2009, zodat per saldo maar de helft van de schuld in aftrek komt.