Gaan slapen na 104 weken?

donderdag, 30 juni 2016

Al sinds de invoering van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) bestaat ophef over de verschuldigdheid van de transitievergoeding na twee jaar ziekte. Het betalen van een transitievergoeding na de verplichte loondoorbetaling van 104 weken voelt onrechtvaardig en zorgt bovendien voor extra kosten. Werkgevers kiezen er dan ook massaal voor slapende dienstverbanden te laten bestaan teneinde transitievergoedingen te omzeilen. Vooralsnog hebben lagere rechters de constructie van het slapend dienstverband goedgekeurd omdat werkgevers niet verplicht kunnen worden het dienstverband te beëindigen. Werknemers krijgen dan ook nul op het rekest bij de kantonrechter. In de regel volgt ontbinding zonder vergoeding. Inmiddels heeft ook het Hof zich uitgesproken over de constructie van het slapend dienstverband en de verschuldigdheid van vergoedingen na ontbinding op verzoek van werknemer.

Hof Arnhem – Leeuwarden

In een recent arrest van het Hof Arnhem – Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2016:4742) wordt de lijn die reeds is uitgezet door kantonrechters bevestigd. In betreffende zaak ging het om een werknemer die na twee jaar ziekte een eindafrekening had ontvangen, waarop een einddatum was vermeld. Deze einddatum stond tevens op de jaaropgave vermeld. Werknemer stelt zich dientengevolge op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst door werkgever is opgezegd in strijd met de daarvoor geldende regels en vordert in eerste aanleg een transitievergoeding alsmede een billijke vergoeding. De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer afgewezen en oordeelt dat het enkel vermelden van een einddatum op de eindafrekening niet impliceert dat de arbeidsovereenkomst door werkgever is opgezegd. De werknemer stelt hoger beroep in en verzoekt subsidiair tevens om ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van zowel de billijke- als een transitievergoeding. Net als de kantonrechter oordeelt ook het Hof dat het enkel toezenden van een salarisstrook met daarop een datum uit dienst vermeld niet kan worden opgevat als een opzegging van de arbeidsovereenkomst. Dat werkgever die intentie had is bovendien ook nergens uit gebleken. Het verzoek tot ontbinding acht het Hof daarentegen toewijsbaar nu werknemer kennelijk niet meer voor werkgever werkzaam wil zijn. Er is echter geen plaats voor een vergoeding daar de handelswijze van werkgever niet als ernstig verwijtbaar kan worden aangemerkt.

Ontwikkelingen

Gelet op voornoemd arrest van het Hof en de uitspraken van kantonrechters lijken werknemersverzoeken tot ontbinding teneinde een transitievergoeding te verkrijgen weinig kans van slagen te hebben. Er moet toch echt wel het nodige aan de hand zijn voordat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen zijdens werkgever.  Pas dan is een transitievergoeding of zelfs een billijke vergoeding aan de orde. Anders dan bij werkgeversverzoeken volgt daarentegen wel ontbinding omdat de werknemer met het ontbindingsverzoek zelf te kennen geeft weg te willen bij werkgever. Daar zal een rechter niet voor gaan liggen.

De gesignaleerde ontwikkeling van omzeilingsconstructies bevestigt echter wel dat behoefte bestaat aan wijzigingen op dit punt. Minister Asscher (Sociale Zaken) heeft aanvankelijk aangegeven bereid te zijn de transitievergoeding voor werknemers na twee jaar ziekte te schrappen als werkgever zich aantoonbaar heeft ingespannen om iemand weer aan het werk te krijgen. Later is Minister Asscher hierop teruggekomen en heeft als oplossing aangedragen dat werkgevers, die werknemers vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid ontslaan, gecompenseerd zullen worden door het UWV vanuit het Algemene Werkloosheidsfonds. Echter, dit zal tot gevolg hebben dat de uniforme premie omhoog gaat en zowel werkgevers als werknemers hiervan feitelijk de kosten dragen. Hoe de beoogde wetswijziging er exact uit zal gaan zien is vooralsnog onduidelijk.

Wij zullen u uiteraard op de hoogte houden van de ontwikkelingen. Mocht u nog vragen hebben over bovenstaande of andere arbeidsrechtelijke vragen neemt u dan gerust contact met ons op.