Europese samenwerking op het gebied van huwelijksvermogensstelsels

maandag, 27 november 2017

Stel u en uw partner wonen sinds twee jaar net over de grens in België. U bent van Nederlandse origine, maar uw partner heeft de Spaanse nationaliteit. Een aantal jaren eerder bent u in Frankrijk in het huwelijksbootje gestapt en zijn u en uw kersverse echtgenoot/echtgenote daar ook gaan wonen. Nu ontstaat er bij echtscheiding een geschil over uw huwelijkse vermogen. Welke rechter is bevoegd in dit geschil? Welk nationaal recht moet die toepassen? Is de uitspraak ook in andere landen uitvoerbaar?

Op 28 juli 2016 zijn twee verordeningen van de Europese Raad in werking getreden, die van belang zijn voor de familierechtelijke praktijk. Het betreft de Verordening huwelijksvermogensstelsels (nr. 2016/1103) en de Verordening vermogensrechtelijke gevolgen geregistreerde partnerschappen (nr. 2016/1104). De verordeningen zijn gebaseerd op een nauwere samenwerking van verschillende lidstaten en bevatten regels van internationaal privaatrecht. Zo bepalen de verordeningen welke rechter zich over het vermogen van echtgenoten en partners mag uitlaten (internationale bevoegdheid), het recht van welke staat het vermogen van de echtgenoten of partners beheerst (conflictenrecht) en de vraag of een beslissing uit de ene lidstaat in de andere lidstaat wordt erkend en ten uitvoer kan worden gelegd (erkenning en executie).

De verordeningen leiden tot rechtszekerheid voor echtgenoten en geregistreerde partners en tot eenheid in de wijze waarop de lidstaten de vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk en geregistreerd partnerschap benaderen. Voorts vergemakkelijkt het de uitwisseling van beslissingen en akten op dit gebied tussen de lidstaten. Er is sprake van een duidelijk rechtskader op grond waarvan kan worden bepaald welke rechtbank bevoegd is voor en welk recht van toepassing is op geschillen over vermogensstelsels van echtparen en geregistreerde partners. Wat betreft de casus die aan het begin werd geschetst, zou op basis van de verordening in beginsel de Belgische rechter - als lidstaat waar de partners op het tijdstip van aanbrengen van de zaak hun gewone verblijfplaats hebben - bevoegd zijn om het geschil van het Nederlands-Spaanse echtpaar te beslechten en wel met toepassing van Frans recht.

Het conflictenrecht van de verordeningen is van toepassing op echtgenoten die na 29 januari 2019 in het huwelijk treden of hun geregistreerd partnerschap laten registeren. Voorlopig gelden de regels van deze verordeningen dus nog niet voor (aanstaande) echtgenoten en geregistreerde partners. Bovendien dienen op nationaal niveau nog enkele maatregelen te worden genomen om uitvoering te geven aan de verordeningen. Op 25 september 2017 is door de minister van Veiligheid en Justitie dan ook het wetsvoorstel ‘Uitvoeringswet Verordening huwelijksvermogensstelsels en Verordening vermogensrechtelijke gevolgen geregistreerde partnerschappen’ bij de Tweede Kamer ingediend, dat uitvoering geeft aan bovengenoemde verordeningen van de Raad.

Momenteel bevindt het wetsvoorstel zich nog in de schriftelijke voorbereidingsfase. Na de schriftelijke voorbereiding zal het wetsvoorstel door de Tweede Kamer worden behandeld in de plenaire vergadering. Enige tijd zal dus verstrijken voordat duidelijk is wanneer (en in welke vorm) de Uitvoeringswet Verordening huwelijksvermogensstelsels en Verordening vermogensrechtelijke gevolgen geregistreerde partnerschappen in werking zal treden.

Klik hier voor het Wetsvoorstel ‘Uitvoeringswet Verordening huwelijksvermogensstelsels en Verordening vermogensrechtelijke gevolgen geregistreerde partnerschappen’.

Heeft u vragen over de regels van internationaal privaatrecht, neem dan vrijblijvend contact op met één van de specialisten van de sectie Familierecht van BANNING