Europese aanbeveling over collectieve procedures

woensdag, 31 juli 2013

De Europese Commissie heeft gisteren de EU lidstaten een aanbeveling gedaan over het inrichten van een systeem voor collectieve procedures. De Europese wetgever wil daarmee bereiken dat burgers makkelijker verhaal kunnen halen, als er inbreuken zijn op EU-recht.

Een aanbeveling van de Europese Commissie is niet-bindend. Tegelijkertijd gaat er wel een bepaalde zeggenschap vanuit. Temeer, omdat de Europese Commissie ditmaal in ongebruikelijk scherpe bewoordingen bij de EU lidstaten aandringt. Een systeem voor collectieve procedures kan burgers helpen bij allerlei juridische vraagstukken, waaronder consumentenbescherming, concurrentie, milieubescherming en financiële diensten.

Als EU lidstaten deze aanbeveling opvolgen, vermijden zij het risico dat de Europese Commissie met een wetsvoorstel komt om de nationale rechtssystemen op dit punt te harmoniseren. Daarmee zouden de EU lidstaten hun autonomie kwijtraken.

Deze aanbeveling is een aanvulling op het eerdere voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn inzake schadeclaims in het mededingingsrecht. Met een dergelijke richtlijn zouden onder meer kartelslachtoffers makkelijker schadevergoeding kunnen verkrijgen.

Belangrijkste beginselen in het voorstel, volgens de analyse van de Rijksoverheid:

  • In haar aanbeveling roept de Commissie alle lidstaten op om te voorzien in nationale regelingen voor collectief verhaal en formuleert zij een aantal gemeenschappelijke Europese beginselen waarop dergelijke regelingen zouden moeten worden gestoeld.
  • De lidstaten moeten beschikken over een systeem voor collectief verhaal waarmee natuurlijke personen en rechtspersonen zich tot de rechter kunnen wenden om inbreuken op hun door het EU-recht toegekende rechten te doen staken (de zogenaamde “vordering tot staking”) en om vergoeding te vorderen van de schade die het gevolg is van die inbreuken (de zogenaamde “vordering tot schadevergoeding”) in een situatie waarin een groot aantal personen schade hebben geleden door dezelfde illegale praktijk.
  • De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de procedures voor collectief verhaal eerlijk, billijk, snel en niet buitensporig duur zijn.
  • Systemen voor collectief verhaal moeten als algemene regel gebaseerd zijn op het “opt-in” beginsel, op grond waarvan eisende partijen worden samengesteld door de direct tot uitdrukking gebrachte instemming van hun leden. Elke uitzondering op dit beginsel, bij wet of bij rechterlijke beslissing, moet naar behoren worden gemotiveerd met redenen die verband houden met een goede rechtsbedeling.
  • Tegelijk wordt in de aanbeveling beklemtoond dat potentiële eisers die zich zouden willen aansluiten bij de collectieve vordering, moeten worden geïnformeerd.
  • De Commissie beveelt belangrijke procedurele waarborgen aan om ervoor te zorgen dat er geen stimulansen zijn om systemen voor collectief verhaal te misbruiken. De lidstaten mogen bijvoorbeeld geen resultaatafhankelijke honoraria toestaan die een stimulans voor misbruik zijn. Bovendien moeten entiteiten die eisers vertegenwoordigen, een non-profit karakter hebben, om ervoor te zorgen dat zij zich laten leiden door de belangen van de bij massaschade betrokken personen. Een andere manier om misbruik van procesrecht te voorkomen, is het verbod op schadevergoedingen met een punitief karakter, omdat de economische belangen die bij dergelijke vorderingen op het spel staan daardoor doorgaans groter worden. In de plaats daarvan moeten de betrokkenen volledig schadeloos worden gesteld wanneer de rechter bevestigt dat hun vorderingen gegrond zijn.
  • De rechter moet de centrale rol krijgen in collectieve geschillen en hij moet de zaak doeltreffend beheren en waakzaam zijn voor mogelijk misbruik. De Commissie heeft financiering door derden voor Europees collectief verhaal niet uitgesloten, maar stelt voorwaarden voor, met name met betrekking tot transparantie, om ervoor te zorgen dat belangenconflicten worden vermeden.
  • De aanbeveling bevordert ook alternatieve geschillenbeslechting, door te eisen dat de partijen deze mogelijkheid wordt geboden op basis van consensus.