Europees Hof: Hongaarse garagehouder niet aansprakelijk voor onrechtmatig gebruik "Mercedes-Benz" in internetadvertenties

vrijdag, 4 maart 2016

Het Europese Hof van Justitie bepaalde in haar uitspraak van 3 maart 2016 dat een Hongaarse garagehouder niet aansprakelijk was voor het blijven verschijnen van advertenties waarin zij werd aangeduid als erkende “Mercedes-Benz” garagehouder, ook nadat het recht tot gebruik van dit beeldmerk was geëindigd.

Feiten

In 2007 sloot de garagehouder een overeenkomst met Daimler waarin de garagehouder het recht werd verleend het beeldmerk Mercedes-Benz te gebruiken. In 2011 liet de garagehouder via www.telefonkonyv.hu een advertentie te publiceren waarin zij als erkend Mercedes-Benz garagehouder werd aangeduid (inclusief Mercedes-Benz teken). Na beëindiging van de overeenkomst verzocht de garagehouder de advertentie te wijzigen zodat zij niet meer werd gepresenteerd als erkend Mercedes-Benz dealer. Dit verzoek werd echter niet meteen gehonoreerd.

Intussen hadden ook andere websitebeheerders de advertentie op diverse websites geplaatst, waarschijnlijk om het gebruik van hun website aan te moedigen. Dit was buiten medeweten en zonder toestemming van de garagehouder. De garagehouder stuurde de websitebeheerders een brief met het verzoek de advertenties te verwijderen.

Na beëindiging van de overeenkomst met Daimler in 2012 bleef de advertentie met beeldmerk verschijnen op het internet, zowel op de website www.telefonkonyv.hu als op andere websites en in de resultaten van zoekmachines. Volgens Daimler werd hiermee inbreuk gemaakt op haar merk Mercedes-Benz. Zij wendde zich tot de Hongaarse rechter. Het verweer van de garagehouder was dat zij enkel opdracht had gegeven de advertentie op www.telefonkonyv.hu te plaatsen en dat de andere advertenties buiten haar wil om waren verschenen. Omdat het beroep betrekking had op uitleg van de Europese Merkenrichtlijn, stelde de Hongaarse rechter een vraag aan het Europese Hof van Justitie.

Uitspraak

Allereerst herinnert het Hof eraan dat wanneer op een internetzoekmachine een reclameadvertentie wordt geplaatst waarin andermans merk wordt genoemd, dat een gebruik van dat merk door de adverteerder vormt, indien deze laatste opdracht heeft gegeven tot het plaatsen van de advertentie (arresten Google France en Google en Frisdranken Industrie Winters).

Het Hof voegt hieraan toe dat het verschijnen van het merk op de website in kwestie echter niet langer een dergelijk gebruik door de adverteerder vormt, wanneer hij de websitebeheerder bij wie hij de advertentie had besteld, nadrukkelijk heeft verzocht deze te verwijderen, maar die beheerder geen gevolg geeft aan dat verzoek.

Het Hof concludeert dat de garagehouder in dezelfde zin niet aansprakelijk kan worden gesteld voor handelingen en verzuimen van beheerders van andere websites die de advertentie zonder zijn toestemming hebben overgenomen op hun eigen website. De garagehouder kan in een dergelijk geval niet worden verplicht om een einde te maken aan het plaatsen van de betrokken advertenties.

Het Hof laat vervolgens wel de mogelijkheid open dat een merkhouder op basis van het nationale
recht kan eisen dat de adverteerder het economisch voordeel dat hij geniet als gevolg van het onrechtmatig gebruik van het beeldmerk door andere beheerders dient te vergoeden of dat de merkhouder zelf optreedt tegen de websitebeheerder die inbreuk maken op haar merkenrecht(en).   

Conclusie

Een garagehouder of autodealer die als erkend wordt aangeduid in een internetadvertentie die hij zelf heeft geplaatst (of laten plaatsen) kan op basis van bovenstaande uitspraak niet gehouden worden deze advertentie te (laten) verwijderen indien hij de beheerder van de website waarop de advertentie is geplaatst nadrukkelijk heeft gevraagd om de advertentie of de vermelding van het merk erin te verwijderen en de beheerder nalaat dit (tijdig) te doen.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Mail vrijblijvend met Minos van Joolingen.