EU pakt oneerlijke handelspraktijken in de modesector aan

dinsdag, 16 juli 2013

De Europese Commissie wil iets gaan doen aan oneerlijke handelspraktijken tussen B2B-partijen. In de modesector blijken die schering en inslag. Nederland juicht het initiatief toe. Als er Europese wetgeving komt, zullen modebedrijven zich volgens het kabinet nog beter kunnen verweren tegen oneerlijke partners, leveranciers of klanten.

Zaken doen gaat niet altijd van een leien dakje. Oneerlijke handelspraktijken komen met name voor bij onevenwichtigheid tussen B2B-partijen. Er moet een sterkere partij zijn, die de voorwaarden dicteert, en een zwakkere partij, die meestal niet in een positie is om de commerciële relatie te beëindigen en/of van zakenpartner te wisselen.

Voorbeelden van oneerlijke handelspraktijken zijn bekend. Wij komen ze in ons werk dagelijks tegen:

  • Dubbelzinnige of ‘verstopte’ contractvoorwaarden
  • Ontbreken van een schriftelijk contract
  • Contract wijzigen met terugwerkende kracht
  • Commerciele risico’s wegleggen (bijvoorbeeld diefstal, voorraad, reverse margin etc.)
  • ‘Stelen’ van bedrijfsgeheimen voor eigen R&D of contacten
  • Weigeren geheimhouding te ondertekenen of na te komen
  • Plotseling en ongerechtvaardigd beëindigen van de zakenrelatie (of daarmee dreigen)
  • Territoriale leveringsbeperkingen

In de modesector blijkt dit schering en inslag. Er ontstaat een geschil, maar de ‘angstfactor’ verhindert dat de zwakkere partij actie onderneemt. Meestal is die bang de zakelijke relatie te verstoren met de wederpartij (bijvoorbeeld een belangrijke retailer, modemerk of toeleverancier).

Europese Commissie

Volgens Michel Barnier, de Eurocommissaris voor de interne markt, is het probleem fors. Oneerlijke handelspraktijken brengen de levensvatbaarheid van modebedrijven en de toeleveringsketen van de detailhandel in gevaar. Consumenten moeten tegen concurrerende prijzen kunnen kopen, maar B2B-partijen moeten ook eerlijke prijzen voor hun producten krijgen.

De Europese Commissie heeft daarom dit jaar een ‘Groenboek’ opgesteld, waarin zij overheden en bedrijven opriep input te leveren voor een wetsvoorstel. Inmiddels is deze informatie verzameld. De Europese Commissie zal naar verwachting binnen 1-2 maanden haar vervolgstappen aankondigen.

Nederland

Het kabinet heeft bij de Europese Commissie een reactie ingediend. Nederland is het op hoofdlijnen eens met de Europese aanpak en hecht groot belang aan ruimte voor ondernemerschap:

Bij ondernemerschap hoort stevig onderhandelen en afspraken maken. Tegelijkertijd hoort hier ook het vertrouwen bij dat een afspraak een afspraak is. In de praktijk komt het echter voor dat overeengekomen voorwaaarden, zoals prijzen en betalingstermijnen, eenzijdig worden gewijzigd.

Wat kunt u doen?

Modebedrijven die in Nederland last hebben van oneerlijke handelspraktijken kunnen via het civiele recht actie ondernemen, bijvoorbeeld op grond van afgebroken onderhandelingen, wanprestatie, contractbreuk of onrechtmatige daad. Daarnaast is het op grond van de Mededingingswet verboden misbruik te maken van een economische machtspositie. De Autoriteit Consument & Markt (“ACM”) kan daartegen optreden, ambtshalve of naar aanleiding van een klacht of tip.

Uit recent onderzoek van SEO blijkt echter dat het civiele recht en het mededingingsrecht in Nederland ontoereikend zijn om oneerlijke handelspraktijken tegen te gaan. Zelfregulering komt in sommige sectoren wel voor, maar met name in de modesector ontbreken effectieve regels.

Dat is jammer en lang niet altijd terecht. In onze ervaring kan de sterkere partij met een mix van commerciële en juridische argumenten vaak snel tot de orde worden geroepen, zonder dat de zakenrelatie eronder lijdt. Integendeel: sommige B2B-partijen die zich van oneerlijke handelspraktijken bedienen, krijgen meer respect voor een zwakkere partij als die zich verzet – wat ook in de toekomst veel geld kan opleveren.