Enkele aspecten van het eigendomsvoorbehoud in faillissement

maandag, 20 augustus 2007

Dit artikel beschrijft het eigendomsvoorbehoud in faillissement. Het zal voornamelijk gericht zijn op de goederenrechtelijke aanspraak van de vervreemder, waarbij de hoofdregel geldt dat de vervreemder zijn zaken vanwege zijn goederenrechtelijke aanspraak kan revindiceren ex art. 5:2 BW. Niet (of nauwelijks) zal worden ingegaan op de positie van de vervreemder die een eigendomsvoorbehoud heeft bedongen wanneer hij zijn vordering ter verificatie aanbiedt (art. 26 Fw). In de navolgende paragrafen zal de nadruk liggen op aanspraken van derden op onder eigendomsvoorbehoud overgedragen zaken die het eigendomsrecht van de vervreemder (eigenaar) mogelijk kunnen frustreren. Zo komen in de paragrafen 2, 3, 4 en 5 achtereenvolgens aan de orde: bevoorrechte schuldeisers, het bodemrecht van de fiscus, de afkoelingsperiode en de positie van de curator bij een activa overdracht. Paragraaf 6 sluit af met de mogelijke invloed van het Voorontwerp van een nieuwe Insolventiewet op het rechtsfiguur eigen

Bron: Journaal IF&Z april 2007

Download bijlage: Enkele_aspecten_van_het_eigendomsvoorbehoud_in_faillissement (PDF, 672 KB)