Eerste Kamer stemt in met wetsvoorstel Markt & Overheid

donderdag, 24 maart 2011

Op 22 maart jl. heeft de Eerste Kamer na bijna 15 jaar politiek debat ingestemd met het wetsvoorstel "Wijziging van de Mededingingswet ter invoering van regels inzake ondernemingen die deel uitmaken van een publiekrechtelijke rechtspersoon of die hiermee zijn verbonden" (hierna: ‘de wet Markt & Overheid’). Met de nieuwe wet reageert de overheid op klachten van (particuliere) ondernemers dat zij door ondernemende overheden met belastinggeld van de markt worden gedrukt.

De wet Markt & Overheid richt zich op het voorkomen van oneerlijke concurrentie door het stellen van gedragsregels ten aanzien van het, zowel direct en indirect, optreden van overheden (bestuursorganen) als onderneming. De volgende vier gedragsregels zullen worden opgenomen in een nieuwe hoofdstuk 4B van de Mededingingswet (‘Mw’):

  1. Integrale kostenberekening; een bestuursorgaan dat economische activiteiten verricht dient de afnemers van een product of dienst ten minste de integrale kosten van dat product of die dienst in rekening te brengen.
  2. Bevoordelingsverbod overheidsbedrijven; een bestuursorgaan mag een overheidsbedrijf waarbij zij betrokken is niet bevoordelen boven andere ondernemingen waarmee dat overheidsbedrijf in concurrentie treedt.
  3. Non-discriminatoir gegevensgebruik; gegevens die een bestuursorgaan heeft verkregen in het kader van de uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheden mogen alleen worden gebruikt voor de uitoefening van de economische activiteiten van het bestuursorgaan, indien deze gegevens ook aan derden beschikbaar kunnen worden gesteld.
  4. Verbod op functievermenging; een bestuursorgaan dat een publiekrechtelijke bevoegdheid uitoefent ten aanzien van economische activiteiten die door hetzelfde of een ander bestuursorgaan van de desbetreffende publiekrechtelijke rechtspersoon worden verricht, dient te voorkomen dat dezelfde personen betrokken kunnen zijn bij zowel de uitoefening van de bevoegdheid ais bij het verrichten van de economische activiteiten.

De problematiek van Markt & Overheid komt er in essentie op neer dat met publieke middelen private activiteiten worden bekostigd. Ook het Europese staatssteunregime heeft betrekking op deze problematiek. Om die reden is in de wet Markt & Overheid gekozen voor een complementaire opzet. Uitgangspunt is dat het nieuwe hoofdstuk 4B van de Mw niet geldt als het staatssteunregime van toepassing is.

De wet Markt & Overheid voorziet in tal van uitzonderingen op grond waarvan de toepasselijkheid van de gedragsregels geheel of gedeeltelijk wordt uitgesloten. Zo gaan de nieuwe regels niet gelden voor onderwijs, onderzoek en de publiek omroep en geldt voor sociale werkplaatsen een verlicht regime. Een belangrijke uitzondering is voorts dat de gedragsregels niet gelden voor economische activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang. Doordat overheden zelf mogen bepalen welke activiteiten onder het algemeen belang vallen, hebben zij in belangrijke mate zelf in de hand of de gedragsregels op hen van toepassing worden. Met name op dit onderdeel van de wet is veel kritiek geuit.

Handhaving van de gedragsregels zal zowel kunnen plaatsvinden via de NMa als via de civiele rechter. De NMa kan na inwerkingtreding van de wet bij besluit verklaren dat zij een overtreding van de gedragsregels heeft vastgesteld of kan een last onder dwangsom opleggen (art. 70 Mw). Het civielrechtelijke traject berust op de actie uit onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) wegens schending van de gedragsregels. Bij de civiele rechter zullen gedupeerde ondernemingen tevens schadevergoeding kunnen vorderen.

De wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Voor bestaande economische activiteiten van overheden voorziet de wet, afhankelijk van de gedragsregel, in een overgangstermijn van één of twee jaar.