Eenzijdige functiewijziging toelaatbaar

dinsdag, 4 december 2012

Op 13 november jl. heeft de Voorzieningenrechter in een door prof. dr. P.E. Postmus aanhangig gemaakt kort geding geoordeeld dat de door VUmc voorgestelde eenzijdige functiewijziging toelaatbaar is.

Feiten Eind augustus 2012 werd longarts prof. dr. Postmus op non-actief gesteld door VUmc, omdat zijn positie volgens het ziekenhuis onhoudbaar was geworden. Daarvoor was de longarts naar de Raad van Toezicht gestapt en naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg, omdat hij bezorgd was om de veiligheid van patiënten. Het VUmc neemt het hem kwalijk dat hij de problemen niet eerst (intern) op managementniveau heeft besproken. Temeer nu dr. Postmus kort tevoren de afspraak had gemaakt dat hij (net als de andere bij de mediation betrokken leidinggevenden van VUmc) niet over elkaar maar met elkaar zou gaan communiceren. Door wel de Inspectie voor de Gezondheidszorg te informeren maar onvoldoende intern overleg te plegen is dr. Postmus voor het VUmc een onberekenbare factor gebleken.

Dr. Postmus vordert in kort geding een wedertewerkstelling in alle bij de functie van Afdelingshoofd Longziekten behorende taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Het verweer van het VUmc komt er, kort gezegd, op neer dat het niet langer gaat om een op non-actiefstelling omdat het VUmc bereid is dr. Postmus weer toe te laten tot het grootste deel van zijn eigen werk als arts en onderzoeker. Het VUmc is echter niet bereid om hem weer als Afdelingshoofd te laten terugkeren. Deze handelwijze van VUmc komt neer op een eenzijdige wijziging van de functie van dr. Postmus. Laatstgenoemde weigert deze wijziging te accepteren. Hij wil alleen als afdelingshoofd inclusief alle daarbij behorende taken en verantwoordelijkheden terugkeren.

Een eenzijdige functiewijziging is toelaatbaar wanneer aan drie voorwaarden is voldaan:

  1. de werkgever moet een aanleiding hebben om het voorstel te doen;
  2. het voorstel moet redelijk zijn en
  3. de aanvaarding van de wijziging moet van de werknemer kunnen worden gevergd.

De directe aanleiding voor het wijzigingsvoorstel is geweest dat dr. Postmus wel de Inspectie voor de Gezondheidszorg over een probleem op de afdeling heeft geïnformeerd, maar niet daarover eerst intern overleg heeft gevoerd. Vooralsnog acht de Voorzieningenrechter dan ook voldoende aanleiding voor het wijzigingsvoorstel aanwezig. Ook acht de Voorzieningenrechter het voorstel zelf redelijk. De voorgestelde functiewijziging houdt in dat van het takenpakket Afdelingshoofd uitsluitend het onderdeel leidinggeven aan de afdeling komt te vervallen. Tot dat leidinggeven behoort het onderhouden van een goede communicatie en contacten met de overige organisatorische eenheden binnen het VUmc. Aannemelijk is geworden dat dr. Postmus steken heeft laten vallen en dat hij er tot dusver geen blijk van heeft gegeven in te zien dat het nodig is dat hij zich op dit onderdeel verbetert. Over het functioneren in al zijn andere taken heeft het VUmc niets dan lof. Daarbij komt, dat neemt de Voorzieningenrechter ook in zijn oordeel mee, dat de arbeidsvoorwaarden van dr. Postmus gelijk blijven en hij niet op inkomen achteruitgaat. Het voorstel komt vooralsnog dus redelijk voor.

Tot slot oordeelt de Voorzieningenrechter of van dr. Postmus kan worden gevergd dat hij het voorstel aanvaardt. In de ogen van dr. Postmus betreft het een degradatie. Dit is in de gegeven omstandigheden volgens de Voorzieningenrechter onvoldoende om het voorstel niet te accepteren.

Kortom, de Voorzieningenrechter komt tot het voorlopig oordeel dat de eenzijdige functiewijziging toelaatbaar is en dat vordering van dr. Postmus tot een wedertewerkstelling in de eigen functie van afdelingshoofd niet toewijsbaar is.

Bron: LJN: BY2965 Rechtbank Amsterdam, 528116/KGZ A12-1427