Een nieuwe Nederlandse franchisewet?

donderdag, 18 februari 2016

De Minister van Economische Zaken informeerde de Tweede Kamer dat hij de Nederlandse Franchise Code, die hij bij een commissie heeft uitgevraagd, essentieel acht voor de toekomstbestendigheid van ‘s lands franchisesector. Gezien de weerstand in de markt tegen deze code, overweegt de Minister deze wettelijk verplicht te maken. Een nieuwe Nederlandse franchisewet?

Sinds december 2014 werkt een commissie van franchisegevers en franchisenemers op verzoek van de Minister van Economische Zaken aan een Nederlandse Franchise Code. Daarnaast deden zij onderzoek naar een geschikte vorm van onafhankelijke geschilbeslechting voor de franchisesector, bijvoorbeeld door middel van een geschillencommissie.

Franchise is gebaseerd op samenwerking tussen zelfstandige ondernemers. Daarbij is transparantie en overleg vereist, onder andere over wederzijdse rechten en plichten. Volgens de Minister zijn die belangen met de Nederlandse Franchise Code beter gewaarborgd.

In de markt bestaat echter grote weerstand tegen deze code, en wel op inhoudelijke gronden. Dat bleek reeds uit het commentaar op een concept dat eerder circuleerde. Onder meer de voorstellen rondom transparantie en informatieplichten, e-commerce, datagebruik en concurrentiebedingen kregen ernstige kritiek te verduren.

Om brede naleving van de code te borgen, laat de Minister van Economische Zaken in een Kamerbrief weten dat hij de mogelijkheden voor wettelijke verankering zal gaan verkennen. Wordt vervolgd.

Commentaar

Bij BANNING Advocaten merken wij dat de verhouding tussen franchisegevers en –nemers in de markt over en weer verslechtert, als er strijd ontstaat. Bijvoorbeeld ten aanzien van: (a) de verdeling van marges; (b) het eenzijdig opleggen van striktere contractsvoorwaarden (tijdens de looptijd of bij een contractsverlenging); of (c) te rooskleurige omzetprognoses. Het leeuwendeel van de rechtspraak op het gebied van franchise gaat over dit soort onderwerpen.

Het is niet onverstandig om iets proberen te doen aan dit soort telkens terugkerende problemen. Ze zetten de verhoudingen onder druk. De afwikkeling daarvan kan veel geld kosten, en in sommige gevallen een faillissement opleveren. Tegerlijkertijd blijft het uitgangspunt dat zelfstandige ondernemingen vrij zijn te doen en laten wat zij zelf willen – en met wie zij onder welke voorwaarden willen contracteren.

Echter anders dan de Minister in zijn Kamerbrief stelt, doet het bij wet afdwingen van naleving afbreuk aan het uitgangspunt van zelfregulering. Dat werd nu juist met deze code beoogd. Dat er in de markt mogelijk ‘free riders’ ontstaan die niet vrijwillig willen deelnemen aan de huidige code, maakt dat niet anders. Wettelijke verankering lijkt ons een paardenmiddel, indien men slechts dat (potentiële) probleem wil oplossen.

Franchisepartijen die invloed willen uitoefenen op een eventueel wetgevingstraject doen er goed aan in een vroeg stadium hun dossier op orde te krijgen; argumenten te verzamelen; en binnen de politieke arena met de juiste actoren in overleg te treden. Op basis van onze ervaring is een lobby in Den Haag effectiever als deze vroeg wordt ingezet, op basis van relevante argumenten (juridische en anderszins).

Meer weten over franchise?

Mail vrijblijvend met onze gespecialiseerde advocaten Adriaan Buyserd (ContactLinkedIn) of Roxanne Hofman (Contact).