Een geslaagd beroep op de ongeschiktheidsclausule in een leerovereenkomst

maandag, 22 februari 2010

Bij het sluiten van een leerovereenkomst komt het geregeld voor dat in de overeenkomst een ontbindende voorwaarde is opgenomen. Een voorbeeld van een dergelijke voorwaarde is een ongeschiktheidsclausule. De uitspraak van de kantonrechter Middelburg op 25 februari 2009 is een voorbeeld van het feit dat een geslaagd beroep op de ongeschiktheidsclausule leidt tot rechtsgeldige opzegging van de leerovereenkomst.

Feiten
De Boer solliciteerde in maart 2006 bij Emergis naar de functie van leerling-verpleegkundige, differentiatie psychiatrie. Bij Emergis zou het praktische gedeelte van de opleiding worden uitgevoerd, terwijl bij het ROC het theoretische gedeelte moest worden afgerond. Tijdens het sollicitatiegesprek verklaart De Boer dat hij de diploma’s van het VMBO kwijt is. Besloten wordt dat De Boer in augustus 2006 kan starten met de opleiding MBO-V, kwalificatieniveau 4, differentiatie psychiatrie en met het oog hierop wordt een leerovereenkomst ondertekend.  Artikel 8 van deze overeenkomst luidt: “De leerovereenkomst wordt beëindigd bij gebleken ongeschiktheid voor het beroep van verpleegkundige kwalificatieniveau 4, differentiatie psychiatrie.” Eind juni 2006 zegt De Boer zijn baan bij zijn toenmalige werkgever op. In juli 2006 verzoekt het ROC De Boer een inschrijfformulier met documenten, waaronder diploma’s, toe te sturen. Omdat het inschrijfformulier wordt ontvangen, maar de documenten niet zijn bijgevoegd, besluit het ROC een gesprek met De Boer te plannen. Aangezien ook tijdens dit gesprek geen diploma’s worden overhandigd, blijft er onvoldoende duidelijkheid bestaan met betrekking tot de genoten vooropleiding van De Boer. Besloten wordt om De Boer een Eerder Verworven Competentie onderzoek (EVC-test) te laten doen. Op basis van de resultaten van deze test kan De Boer niet worden toegelaten tot de opleiding op kwalificatieniveau 4. Emergis stelt voor dat De Boer een opleiding op kwalificatieniveau 3 gaat volgen bij een andere zorginstelling, waarna hij eventueel alsnog zou kunnen doorstromen naar een opleiding op niveau 4. Ook wordt gesproken over andere functies binnen Emergis. De Boer gaat hier niet op in. In september 2006 stuurt Emergis een brief aan De Boer waarin zij aangeeft dat, aangezien De Boer door het ROC niet wordt toegelaten tot de opleiding, Emergis de leerovereenkomst met een beroep op artikel 8 opzegt. 

Geschil
De Boer, eiser, stelt dat de overeenkomst met Emergis een overeenkomst van opdracht is en, indien de rechter oordeelt dat sprake is van een leerovereenkomst, dan is Emergis toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van die overeenkomst. Emergis zou namelijk niet met De Boer over opleidingseisen hebben gesproken. Bovendien had Emergis De Boer de test moeten laten afleggen voordat hij zijn baan bij zijn toenmalige werkgever had opgezegd. Daarnaast stelt De Boer dat artikel 8 van de leerovereenkomst ziet op ongeschiktheid wegens het beroep en niet op de opleidingseisen. De Boer stelt dat hij niet heeft kunnen laten zien dat hij geschikt is.

Emergis voert verweer door te stellen dat De Boer telkens erop is gewezen dat hij diende te beschikken over een vooropleiding op VMBO C/D-niveau om te kunnen worden toegelaten tot de opleiding op kwalificatieniveau 4. Ondanks de diverse verzoeken zijn geen diploma’s overgelegd waaruit een voldoende vooropleiding blijkt en uit de EVC-test blijkt dat niveau 4 te hoog is voor De Boer. Hiermee voldoet De Boer niet aan de minimale eisen om aan de vooropleiding te kunnen beginnen en is hij ongeschikt in de zin van artikel 8 van de leerovereenkomst, Emergis is aldus bevoegd de leerovereenkomst op te zeggen. De Boer heeft er vervolgens zelf voor gekozen om niet op de alternatieven in te gaan.

Beslissing
De rechter oordeelt dat sprake is van een leerovereenkomst. Tussen partijen is niet in geschil dat De Boer niet over het vereiste vooropleidingsniveau beschikt. Dit, tezamen met het feit dat de resultaten van de EVC-test onvoldoende zijn, betekent dat de betreffende opleiding niet gevolgd kan worden. Het ontbreken van die opleiding maakt De Boer ongeschikt voor het beroep van verpleegkundige op kwalificatieniveau 4, waardoor Emergis op juiste wijze gebruik heeft gemaakt van haar opzeggingsbevoegdheid. Emergis heeft bovendien niet verwijtbaar gehandeld. De Boer heeft niet, althans onvoldoende, weersproken dat hij in vrijwel alle contacten erop is gewezen dat hij diende te beschikken over een vooropleiding VMBO C/D-niveau. Omdat de diploma’s niet zijn overgelegd, is de EVC-test, waarvan het afleggen niet gebruikelijk is, aangeboden. Dat deze test in een laat stadium is afgelegd is gelet op genoemde omstandigheden aan De Boer te wijten. Dat pas na opzegging van zijn toenmalige baan is gebleken dat hij niet de vereiste capaciteiten had, moet voor risico van hemzelf komen. Ook het verwijt dat Emergis onzorgvuldig zou hebben gehandeld biedt geen soulaas, omdat pas tot opzegging van de overeenkomst is overgegaan nadat verschillende alternatieven zijn aangeboden, die door De Boer zijn geweigerd. De vorderingen van De Boer worden dan ook afgewezen.