Directeur eist bonus, ondanks schorsing

woensdag, 24 november 2010

Eerder dit jaar heeft de rechtbank Middelburg uitspraak gedaan in een zaak over een directeur die een bonus vordert over de periode waarin hij ook geschorst was. De vraag die wordt beantwoord is of de directeur gedurende de maanden van de schorsing recht had op doorbetaling van het gemiddelde variabele loon dat de directeur wanneer hij niet verhinderd was geweest gedurende die tijd had kunnen verdienen. De rechtbank oordeelde van wel.

De feiten

In 2001 is eiser bij besluit van de Raad van Commissarissen benoemd tot statutair directeur. In artikel 4 van de arbeidsovereenkomst is een bonusregeling opgenomen. Of eiser in aanmerking komt voor een bonus hangt onder meer af van de resultaten van de vennootschap en zijn wijze van functioneren. De bonus bedraagt maximaal 30% van het bruto jaarsalaris en voor ieder boekjaar zijn er met eiser doelstellingen afgesproken.

Aan de hand van die doelstellingen, zou hij naar evenredigheid aanspraak maken op de bonusuitkering. In augustus 2007 is eiser echter geschorst, daar er een vertrouwensbreuk zou zijn ontstaan met de Raad van Commissarissen. Per 1 februari 2008 is hij ontslagen. De Raad van Commissarissen heeft een advies van de remuneratiecommissie over de toekenning van de bonus van eiser gevolgd. Omdat eiser een aantal doelstellingen niet zou hebben behaald en een aantal maanden op non-actief was gesteld, was zijn bonus aanzienlijk lager dan voorgaande jaren.

Vordering eiser

Eiser vordert veroordeling van X tot betaling van € 36.828,20 bruto, ter zake van de bonus over het jaar 2007, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.

Eiser is van mening dat X hem 100% van de maximale bonus had moeten toekennen in plaats van de toegekende 41,7%. Hij zou recht hebben op een bedrag van € 63.133,20 bruto, oftewel € 36.828,20 na aftrek van het reeds uitgekeerde bedrag. Hij stelt dat X geen discretionaire bevoegdheid toekomt ten aanzien van de toekenning van de bonus en dat de omstandigheid dat hij in 2007 vier maanden is geschorst, voor rekening van X dient te komen en geen invloed mag hebben op de vaststelling van de bonus. Tot slot stelt hij dat X de systematiek van de bonustoekenning in 2007 verkeerd zou hebben gehanteerd.

X beroept zich op haar discretionaire bevoegdheid en is van oordeel dat zij een passende bonus heeft vastgesteld en ziet geen enkele reden de gestelde doelstellingen van eiser te herzien, daar zij een gegronde reden hadden eiser te schorsen. Volgens hen zou het onverenigbaar zijn dat er enerzijds een gerechtvaardigde grond tot schorsing bestaat en anderzijds een aanspraak gemaakt zou kunnen worden op betaling van een bonus, welke gebaseerd is op het behalen van doelstellingen.

Oordeel rechtbank

Door de rechtbank is vastgesteld dat eiser in 2007 een bonus heeft ontvangen van X. Hiermee heeft X van haar bevoegdheid gebruik gemaakt een bonus toe te kennen. X kan zich niet meer op het discretionaire karakter van haar bevoegdheid beroepen, daar zij de bonus reeds heeft toegekend en zij zichzelf regels heeft opgelegd voor de vaststelling van de bonus. De vraag die dient te worden beantwoord is of de toekenning van de bonus overeenkomstig de eigen regels heeft plaatsgevonden.

De rechtbank oordeelt naar vaste rechtspraak (HR 21 maart 2003, LJN AF3057) dat een werkgever zich niet eenzijdig aan de verplichting tot loonbetaling kan onttrekken. Dat is ook het geval indien een werkgever gegronde redenen had om werknemer te schorsen en de schorsing aan de werknemer zelf te wijten is. Aangezien X vanaf het begin van de arbeidsovereenkomst met eiser een bonus heeft uitgekeerd, wordt de bonus gezien als een variabel loonelement.

De rechtbank is van oordeel dat X ten onrechte een korting van 4 maanden heeft toegepast, zodat eiser gedurende de maanden van zijn schorsing recht had op doorbetaling van de bonus. Tevens is de rechtbank van mening dat het niet toekennen van geen enkele bonus voor het niet behalen van een tweetal (sub)doelstellingen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, daar de Raad van Commissarissen een rol heeft gehad bij het niet behalen van deze doelstellingen.

Kortom, de rechtbank oordeelt dat eiser over het jaar 2007 een bonus van € 40.770,85 bruto toekomt. Na aftrek van het reeds ontvangen bedragen, betreft het nog te ontvangen bedrag € 14.465,85 bruto. X wordt veroordeeld tot betaling van € 14.465,85 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 november 2008 en wordt veroordeeld in de proceskosten.

www.rechtspraak.nl, LJN: BO3745

Anneloes de Graaf-Ardts, LL.B

Auteur