Dienen bedrijven met uitstekende bedrijfsresultaten op te letten voor zgn. 'Habe viel-exceptie'?

woensdag, 26 mei 2010

Een creatieve werknemer vorderde onlangs in een ontbindingsprocedure een hogere C-factor vanwege de uitstekende bedrijfsresultaten van zijn werkgever. Werknemer introduceerde hiermee de zogenaamde “Habe viel-exceptie”, welke beschouwd kan worden als de tegenhanger van de “habe nichts, habe wenig-exceptie”. Werkgever met een slechte financiële positie kan een beroep doen op deze “habe nichts of habe wenig- exceptie” en verzoekt daarmee de Kantonrechter een lagere C-factor toe te passen. Dient een werkgever met goede bedrijfsresultaten nu te vrezen voor een hogere C-factor bij de berekening van de ontbindingsvergoeding voor werknemer?

Verzoek werkgever

Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, op de grond dat de functie van werknemer is komen te vervallen als gevolg van een reorganisatie. De Centrale Ondernemingsraad heeft over deze reorganisatie positief geadviseerd. Werkgever heeft aan werknemer, nadat bekend werd dat zijn functie kwam te vervallen, tweemaal een andere passende functie aangeboden. Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, omdat werknemer niet herplaatst kan worden. Werkgever meent dat een neutrale vergoeding niet aan de orde is omdat werknemer twee passende functies heeft geweigerd en daarmee de beëindiging van de arbeidsovereenkomst aan zichzelf te wijten heeft.

Verweer werknemer

Werknemer stelt dat de twee aangeboden functies niet passend zijn. Werknemer heeft de eerste functie niet aanvaard omdat het salaris significant lager was dan zijn oude salaris en de tweede functie niet omdat deze in Zwitserland was. Werknemer meent dat werkgever zich onvoldoende ingespannen heeft om een passend alternatief te vinden voor de vervallen functie, zodat werkgever niet voldaan heeft aan de op haar rustende inspanningsverplichting. Werknemer meent voorts dat de non-actiefstelling van hem onnodig en kwetsend was. Tot slot stelt werknemer dat werkgever uitstekende bedrijfseconomische resultaten heeft behaald, hetgeen volgens hem tot uitdrukking dient te komen in een hogere C-factor (namelijk C=1,25). Werknemer berekent de vergoeding aan de hand van de ‘oude’ Kantonrechtersformule, omdat deze als berekeningsmethodiek is gebruikt in de Sociale Plannen die op de reorganisatie van toepassing waren. Al met al vordert werknemer een ontbindingsvergoeding van € 494.563,= bruto.

Beoordeling

De Kantonrechter stelt vast dat door een reorganisatie van de onderneming de functie van werknemer is komen te vervallen en dat er op dit moment geen herplaatsingsmogelijkheden voor werknemer zijn. Ter zitting is gebleken dat de aangeboden functie inmiddels vervuld is. De Kantonrechter gaat bij de toekenning van een vergoeding uit van de ‘nieuwe’ Kantonrechtersformule, omdat werknemer heeft erkend dat de Sociale Plannen waarop hij de toepasselijkheid van de “oude” Kantonrechtersformule baseert, niet op hem van toepassing zijn. De Kantonrechter oordeelt dat niet vast komt te staan dat werkgever een verwijt kan worden gemaakt van de veranderde omstandigheden. De Kantonrechter is van oordeel dat beide aangeboden functies passende functies zijn. Er kan bij een reorganisatie van een werknemer worden gevergd dat hij, om bij de werkgever in dienst te kunnen blijven, genoegen neemt met een functie met een niet onredelijk lager inkomensniveau dan zijn vervallen functie, hetgeen hier door het gedane voorstel het geval is. Voor wat betreft de andere functie, merkt de Kantonrechter op dat gezien de onderneming van werkgever het niet ondenkbaar is dat een werknemer van zijn (hoge) niveau in het buitenland te werk wordt gesteld, zodat een dergelijke functie zeker passend zou kunnen zijn. De Kantonrechter oordeelt dat door werknemer de mogelijkheid te hebben gegeven om met voorrang op twee passende functies te solliciteren, werkgever aan haar inspanningsverplichting om werknemer te herplaatsten heeft voldaan. Ook met betrekking tot de wijze van op non-actiefstelling heeft werkgever niet verwijtbaar gehandeld.

De Kantonrechter gaat niet mee in de redenering van de werkgever dat de ontstane situatie aan werknemer te wijten is omdat hij twee passende functies heeft geweigerd. Hij overweegt: “ aangezien het door het handelen van werkgever komt dat de functie van werknemer is komen te vervallen. Het is dan onredelijk om werknemer te verwijten dat hij andere door werkgever aangeboden functies, om voor hem gegronde redenen, weigert.”

De Kantonrechter komt tot de conclusie dat er reden is voor toekenning voor een vergoeding aan werknemer, waarbij er vanuit dient te worden gegaan dat de ontstane situatie aan geen van partijen te wijten is. Het beroep van werknemer dat op grond van een ‘habe viel-exceptie’ de C-factor hoger dient te zijn dan C=1, wordt niet gehonoreerd. De Kantonrechter zegt daarover: “een ontbindingsvergoeding heeft tot doel het inkomensverlies van de werknemer te compenseren en dient ter aanvulling van een eventuele uitkering. De situatie van de werkgever heeft hier verder geen invloed op, tenzij duidelijk is gebleken dat de werkgever niet in staat is de aan werknemer toekomende vergoeding te voldoen” (lees: het ‘habe nichts, habe wenig’ verweer).

De Kantonrechter maakt dus korte metten met het creatieve verweer van werknemer en kent een vergoeding toe op basis van de neutrale (nieuwe) kantonrechtersformule.

Auteur