De voorgestelde nieuwe arbitragewet

vrijdag, 3 mei 2013

Op 16 april 2013 heeft de Minister van Veiligheid en Justitie een voorstel voor de modernisering van onze arbitragewet naar de Tweede Kamer gestuurd. Arbitrage wordt daardoor (nog) eenvoudiger. Daarnaast wordt Nederland aantrekkelijker voor internationale arbitrages.

Arbitrage is een alternatieve wijze van geschillenbeslechting. De overheidsrechter wordt buitengesloten. Hij komt er (wat de merites van het geschil betreft) niet meer aan te pas. Dat is geen enkel probleem. Arbitrage is namelijk een volwaardige rechtsgang, die met alle waarborgen is omkleed.

Als arbiter kunnen specialisten optreden. Denk bijvoorbeeld aan accountants, ingenieurs, artsen, notarissen en advocaten. Zij worden (veelal) benoemd door partijen. Dat is tegelijkertijd één van de voordelen van arbitrage.

Daarnaast hebben partijen veel invloed op de procedure. Ook is zij informeel. Zo kunnen partijen hun processtukken (straks) bijvoorbeeld per e-mail indienen. Voorts is de arbitrage vertrouwelijk. De zittingen zijn besloten en arbitrale vonnissen hoeven niet te worden gepubliceerd. Derhalve kunnen partijen geheimhouding waarborgen.

In de regel doen arbiters vlot uitspraak. Daardoor weten partijen snel waar ze aan toe zijn. Daarbij is het gebruikelijk dat de verliezer opdraait voor de kosten van de arbiters en de juridische kosten van de winnaar. Ook kan het arbitraal vonnis in bijna alle landen ter wereld worden erkend en ten uitvoer worden gelegd. Bekende uitzonderingen zijn: Noord-Korea, Irak en Jemen.

Arbitraal hoger beroep is in beginsel niet mogelijk, tenzij partijen dat expliciet overeenkomen.

Zijn partijen geen arbitraal hoger beroep overeengekomen, dan rest hen enkel nog de buitengewone rechtsmiddelen van vernietiging en herroeping. Deze zijn slechts doeltreffend, indien de arbiters, kort gezegd, een koe van een fout hebben gemaakt of één van de partijen verkeerde informatie heeft verstrekt tijdens de arbitrage. Een vernietigings- of herroepingsprocedure moet onder de huidige regelgeving aanhangig worden gemaakt bij een rechtbank. Straks bij een gerechtshof. Dat scheelt één instantie en dus kosten en tijd.

Desalniettemin hoeven grove fouten niet fataal te zijn. Op grond van het wetsvoorstel kan het gerechtshof de zaak ook terugverwijzen naar arbiters om die fouten te herstellen, mits de geconstateerde fouten zich daarvoor lenen. Ook kan het gerechtshof de zaak terugverwijzen wanneer er gronden voor herroeping bestaan.

Wordt het arbitraal vonnis desondanks vernietigd of herroepen, dan kunnen partijen – tenzij de rechter oordeelt dat een geldige overeenkomst tot arbitrage ontbrak – een andere arbitrage aanhangig maken. Nieuwe arbiters mogen dan een nieuw inhoudelijk oordeel vellen. Nu moeten partijen het geschil nog voorleggen aan de rechter. Op grond van het wetsvoorstel zijn partijen evenwel verzekerd van een arbitraal eindoordeel.