De ontvangsttheorie

vrijdag, 21 maart 2014

In de vorige aflevering van het ‘BANNING ABC’ schreven wij: “op het moment dat de aanvaarding de aanbieder bereikt, komt de overeenkomst tot stand”.

  • Ontvangsttheorie
  • Risicocorrecties
  • Storende omstandigheid
  • Adres
  • Bij recente contacten gebruikt adres
  • Aangetekende post

Dat is de hoofdregel: een verklaring die tot een bepaalde persoon is gericht heeft pas werking, indien de verklaring die persoon heeft bereikt (ontvangsttheorie). Dat geldt overigens niet alleen voor de aanvaarding, maar ook voor andere verklaringen en schriftelijke mededelingen zoals een opzegging, een ingebrekestelling of een klacht. Enkele verzending is dus onvoldoende, maar de persoon tot wie de verklaring is gericht, hoeft daarvan niet daadwerkelijk kennis te hebben genomen.

Heeft de verklaring de geadresseerde niet of niet tijdig bereikt, dan heeft zij geen werking. Uitzonderingen zijn de zogenaamderisicocorrecties. Die brengen mee dat een verklaring die de geadresseerde niet of niet tijdig bereikt, toch haar werking krijgt op het moment dat zij zou zijn ontvangen indien zich geen storende omstandigheid had voorgedaan. Die storende omstandigheid moet dan wel het gevolg zijn van:

  1. een eigen handeling van de geadresseerde, zoals het doorgeven van een verkeerd adres;
  2. een handeling van een persoon voor wie hij aansprakelijk is, zoals een bode die vergeet een brief af te geven; of
  3. andere omstandigheden die zijn persoon betreffen en rechtvaardigen dat hij het nadeel draagt, zoals een ziekenhuisopname.

Het maakt niet uit of de geadresseerde het post-, postbus- of e-mailadres als adres heeft aangewezen. Dat hoeft ook niet het correspondentieadres uit het Handelsregister te zijn. Ieder post-, postbus- of e-mailadres kan als adres worden aangemerkt als de afzender redelijkerwijs mocht aannemen dat de geadresseerde op dat adres door hem kon worden bereikt. Dus ook een adres dat (een bestuurder van) de geadresseerde (recent) heeft gebruikt of een adres dat op de website staat.

De persoon die zich op de werking van een verklaring beroept moet kunnen bewijzen dat de verklaring de geadresseerde heeft bereikt. Dat is echter niet altijd een eenvoudige opgave. In het algemeen geldt dat wanneer de geadresseerde een verklaring ontvangt op een door hem bij recente contacten met de afzender gebruikt adres, moet worden aangenomen dat de schriftelijke mededeling de geadresseerde heeft bereikt.

Om iedere discussie te voorkomen: stuur belangrijke verklaringen (ook) per aangetekende post. Dan hoeft de afzender alleen te bewijzen dat hij de brief naar een adres heeft gezonden waarvan hij redelijkerwijs mocht aannemen dat de geadresseerde daarop kon worden bereikt.