De Omgevingswet ingediend bij de Tweede Kamer

donderdag, 3 juli 2014

Na een lange aanloopperiode heeft minister Schultz van Haegen afgelopen maand de Omgevingswet aan de Tweede Kamer aangeboden. De totstandkoming van de Omgevingswet noemt de minister “de grootste wetgevingsoperatie ooit”. Het wetsvoorstel gaat uit van een geheel nieuwe benadering van het omgevingsrecht. Het adagium is eenvoudiger, efficiënter en flexibeler. Zo wordt aan degene die activiteiten wil ontplooien een grotere rol toebedacht. Op het niveau van het bestemmingsplan versus omgevingsplan betekent dit dat het stramien van ‘toelatingsplanologie’ wordt vervangen door ‘ontwikkelplanologie’. Op het vlak van vergunningverlening geldt dat voor veel minder activiteiten een vergunning nodig is. Ook moet de Omgevingswet ertoe leiden dat een omgevingsvergunning alle activiteiten omvat. Waar onder het huidig recht voor een uitbreiding van een fabriek vaak meerdere vergunningen nodig zijn en procedures ten minste een half jaar duren, zal straks – naar verwachting – voor een dergelijk project slechts één omgevingsvergunning nodig zijn die binnen 8 weken kan worden afgegeven. Hoe deze nieuwe aanpak in de praktijk zal uitwerken, moet worden afgewacht. Niettemin is het een feit dat met de komst van de Omgevingswet niets bij het oude blijft. Daarom zal in dit artikel het wetsvoorstel op hoofdlijnen worden besproken. In de komende tijd zullen wij u regelmatig informeren over de specifieke onderdelen van de Omgevingswet.

Samenvatting wetsvoorstel

De Commissie Elverding heeft in 2008 het advies ‘Sneller en Beter’ uitgebracht, waarin is gepleit voor snellere doorlooptijden van infrastructurele projecten. Het gedachtegoed uit dit advies is verwerkt in de Omgevingswet;

  • De Omgevingswet vervangt in eerste instantie 26 wetten en heeft betrekking op de ‘fysieke leefomgeving’. De fysieke leefomgeving omvat onder meer het milieu, water, ruimte, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed;
  • De doelstellingen van de Omgevingswet zijn gericht op het bereiken en in standhouden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en het op een doelmatige wijze beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving;
  • Om de doelstellingen te kunnen bereiken, zal voor het gehele omgevingsrecht één samenhangend stelsel van planning, besluitvorming en procedures gaan gelden;
  • Gewerkt wordt aan een digitaal stelsel, genaamd de ‘Laan van de Leefomgeving’, waarbinnen de informatie en regelgeving aangaande de fysieke leefomgeving op een eenvoudige manier kan worden geraadpleegd;
  • Deze herziening moet resulteren in een substantiële vereenvoudiging van het omgevingsrecht.

De zes kerninstrumenten

De fysieke leefomgeving zal gereguleerd gaan worden aan de hand van zes kerninstrumenten:

  1. De omgevingsvisie is een samenhangend, strategisch plan voor de leefomgeving en richt zich op de fysieke leefomgeving als geheel. De Omgevingswet schrijft voor dat het Rijk en de provincies elk één omgevingsvisie vaststellen. Gemeenten kunnen zelf beslissen of zij zo’n visie vaststellen of niet. Een omgevingsvisie in combinatie met een programma (zie hierna) vervangt de structuurvisie.
  2. Met een programma wordt uitvoering gegeven aan de in de omgevingsvisie opgenomen beleidsdoelen. Een programma bevat concrete maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de leefomgeving. Met die maatregelen moeten omgevingswaarden of doelen voor de leefomgeving worden bereikt.
  3. Eén van de uitgangspunten van de wet is dat decentrale overheden al hun regels over de leefomgeving bijeenbrengen in één gebiedsdekkende regeling. Voor de gemeenten is dit het omgevingsplan, voor de waterschappen de waterschapsverordening en voor de provincies de omgevingsverordening. Het doel is de toegankelijkheid en het overzicht over alle regels te vergroten. Zo zal het gemeentelijk omgevingsplan, in tegenstelling tot het huidige bestemmingsplan, regels bevatten ten aanzien van de gehele fysieke leefomgeving en dus niet alleen op het gebied van de ruimtelijke ordening.
  4. De Omgevingswet continueert de mogelijkheid tot het stellen van algemene rijksregels over activiteiten in de fysieke leefomgeving. De wetgever acht het nuttig om op sommige gebieden nationale regels te stellen voor de bescherming van de leefomgeving. Hiermee moet worden voorkomen dat burgers en bedrijven steeds toestemming moeten vragen aan de overheid. Voorbeelden van algemene rijksregels zijn het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Bouwbesluit 2012. Nadeel van algemene regels is dat ze soms niet goed passen bij specifieke situaties. Daarom bevat de wet een aantal instrumenten die de flexibiliteit van algemene regels vergroten.
  5. Uitgangspunt voor de Omgevingswet is zo veel mogelijk te volstaan met het stellen van algemene regels voor activiteiten, waardoor voor de initiatiefnemer van een activiteit geen voorafgaande toestemming is vereist. Een omgevingsvergunning wordt alleen ingesteld als dat nodig is met het oog op de uitvoering van een internationaalrechtelijke verplichting of als het onderwerp niet doelmatig met algemene regels kan worden behartigd. Het bevoegd gezag toetst vooraf of een bepaald initiatief is toegestaan. Door de vergunningverlening zo simpel mogelijk te houden, is het de bedoeling dat procedures niet meer onnodig lang duren. Initiatiefnemers kunnen via één aanvraag bij één loket duidelijkheid krijgen voor alle activiteiten die zij willen uitvoeren.
  6. Het projectbesluit biedt een uniforme procedure voor besluitvorming over complexe projecten die voortvloeien uit de verantwoordelijkheid van rijk of provincies. Het projectbesluit bouwt voort op onder andere het Tracébesluit uit de Tracéwet en het inpassingsplan uit de Wet ruimtelijke ordening. Het projectbesluit is bedoeld om dit soort procedures sneller en beter te laten verlopen dan in het verleden. Als een project bijvoorbeeld in strijd is met een omgevingsplan, bestaat de mogelijkheid om van het omgevingsplan af te wijken. In voorkomende gevallen kan het projectbesluit ook in de plaats komen van de omgevingsvergunning.

Tijdpad Omgevingswet

Parallel aan de totstandkoming van de Omgevingswet wordt gewerkt aan de uitvoeringsregelgeving, de invoeringsregelgeving en de digitale voorzieningen. De Omgevingswet zal naar verwachting in 2018 in werking treden.