De omgevingsvisie: één integrale visie op de fysieke leefomgeving

maandag, 3 november 2014

Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, wordt al druk geëxperimenteerd met de nieuwe instrumenten uit de Omgevingswet. Zo is ook de gemeente Meerssen een pilot gestart om een toekomstbestendige en integrale omgevingsvisie vast te stellen volgens de nieuwe bepalingen van de Omgevingswet (artikel 7 h Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet). De omgevingsvisie van de gemeente Meerssen zal straks als voorbeeld kunnen dienen hoe een omgevingsvisie onder de Omgevingswet eruit moet zien. Nu het voorbeeld van de gemeente Meerssen voorlopig op zich laat wachten, bespreken wij in dit artikel het eerste kerninstrument van de Omgevingswet: de omgevingsvisie.

Omgevingsvisie
In de omgevingsvisie beschrijft het Rijk, de provincie en waar gewenst een gemeente de lange termijn visie op alle terreinen van de fysieke leefomgeving. Meer concreet betekent dit dat in de omgevingsvisie op hoofdlijnen 1) de voorgenomen ontwikkeling, 2) het gebruik en 3) het behoud van het grondgebied worden beschreven. In de omgevingsvisie moet nadrukkelijk worden ingegaan op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer en infrastructuur en cultureel erfgoed. Zodoende heeft de omgevingsvisie een beleidsmatig en strategisch karakter.

Het doel van de integrale omgevingsvisie is het vergroten van de inzichtelijkheid en de voorspelbaarheid van het overheidsoptreden en het vergroten van de samenhang in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Het zal voor zowel het bestuursorgaan als de initiatiefnemer makkelijker moeten worden om te beoordelen of de gewenste ontwikkelingen passen binnen het uitgezette beleid. Of een integrale omgevingsvisie ook gaat leiden tot de zo gewenste versnelling van de besluitvorming zal in de praktijk moeten blijken.

Met de introductie van de omgevingsvisie verdwijnen zodoende de huidige sectorale plannen, zoals de structuurvisie, het milieubeleidsplan, het verkeers- en vervoersplan, het strategische deel van het waterplan en delen van het natuurbeleidsplan. Daarmee wordt naar verwachting ook een lastenverlichting voor het Rijk en de provincie bereikt. Voor gemeenten geldt straks geen verplichting om een omgevingsvisie op te stellen. De huidige verplichting om als gemeente een gebiedsdekkende structuurvisie vast te stellen, wordt namelijk in veel gevallen niet (goed) nageleefd en blijkt ook lastig afdwingbaar te zijn. De verplichting is echter niet losgelaten voor het Rijk en de provincie, omdat het voor lagere bestuursorganen van belang is om te weten of het eigen beleid past in het omgevingsbeleid van het hogere bestuursorgaan. Om afstemming tussen beleid van verschillende bestuursorganen te bewerkstellingen, bepaalt artikel 2.2 Omgevingswet dat bestuursorganen bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden rekening moeten houden met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen. Ook via de band van het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel zullen bestuursorganen rekening moeten houden met ‘hoger beleid’.

Niettemin heeft de wetgever afgezien van een juridische doorwerking van omgevingsvisies naar visies van andere bestuursorganen. Juridische doorwerking zou namelijk ten koste kunnen gaan van het beleidsmatige karakter van een omgevingsvisie en tot juridisering leiden van het omgevingsbeleid.

Procedure en rechtsbescherming
De uniforme openbare voorbereidingsprocedure is van toepassing op de voorbereiding van een omgevingsvisie, waarbij een ieder een zienswijze kan indienen tegen een ontwerp-omgevingsvisie.

De omgevingsvisie bindt enkel het bestuursorgaan dat de omgevingsvisie heeft vastgesteld. Zodoende kunnen burgers en bedrijven hiertegen niet in beroep bij de bestuursrechter.

Tot slot
De integrale omgevingsvisie heeft dus een beleidsmatig en strategisch karakter. Het meer uitvoeringsgericht beleid zal worden neergelegd in sectorale programma’s. Programma’s zijn erop gericht om de beleidsdoelen uit de omgevingsvisie nader uit te werken. De omgevingsvisie dient te vermelden hoe de uitwerking / uitvoering wordt vormgegeven, waarbij programma’s kunnen worden aangekondigd of tegelijkertijd met de visie kunnen worden uitgebracht. Omdat de grens tussen de omgevingsvisie en programma’s niet altijd eenduidig kan worden vastgesteld, bespreken wij in de volgende nieuwsbrief het tweede kerninstrument uit de Omgevingswet: het programma.