De invloed van social media in het familierecht

maandag, 11 mei 2015

Sociale netwerken(diensten) zoals Facebook, Twitter, Whatsapp en Instagram vallen niet meer weg te denken uit onze huidige samenleving. Deze ontwikkeling heeft echter ook consequenties op juridisch gebied, waaronder het familierecht. De negatieve effecten, met name voor bekende personen zoals artiesten, celebraties, profvoetballers en andere topsporters, kunnen echter groot zijn. Denk bijvoorbeeld aan een kwaadwillende ex-partner.

In echtscheidingsprocedures zijn berichten, foto’s en statusupdates, gepost door de ex-partner zelf of door zijn of haar vrienden, een rijke bron van bewijsvoering. Zo ook in de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 19 maart 2015 (ECLI:NL:GHSHE:2015:933), waarin de man de gewijzigde status van de vrouw op Facebook in ‘gehuwd’ aanvoerde ter onderbouwing van zijn stelling dat de vrouw was hertrouwd, waardoor haar recht op partneralimentatie van rechtswege is komen te vervallen. De vrouw gaf aan dat er op haar Facebookaccount inderdaad vermeld stond dat zij was getrouwd met een Ghanese man, maar dat ze niet daadwerkelijk met deze man was gehuwd. De vrouw had haar relatiestatus veranderd om niet lastig te worden gevallen op Facebook door andere mannen. Het hof oordeelde dat, mede gelet op het uitvoerige betoog van de vrouw, het tot op dat moment door de man aangedragen bewijs onvoldoende was om op voorhand aan te nemen dat sprake is van een huwelijk. Het Hof heeft echter iedere verdere beslissing aangehouden en de man toegelaten door getuigen en andere bewijsmiddelen aan te tonen dat de vrouw is gehuwd.

Het enkele feit dat de relatiestatus op Facebook is gewijzigd naar ‘gehuwd’, is dus niet voldoende om aan te nemen dat een ex-partner daadwerkelijk een nieuwe relatie is aangegaan (als ware zij gehuwd). Maar social media kunnen in beginsel wel als bewijs dienen in een procedure. Niet alleen voor het aantonen van een affectieve relatie (‘samenwonen als ware zij gehuwd’), maar ook in echtscheidingsprocedures en in omgangszaken (zoals whatsapp-gesprekken).

In geval van een echtscheiding kunnen de gemoederen soms hoog oplopen, wat kan resulteren in ‘online moddergooien’. Zwartmaken via Twitter of Facebook speelt in scheidingszaken een steeds grotere rol. Men mag zich op social media echter niet onbegrensd uitlaten over een ex-partner. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam heeft op 1 december 2014 in kort geding uitspraak gedaan (ECLI:NL:RBAMS:2014:8364) over het zich via social media negatief uitlaten over een ander, waarbij zij een algemene rechtsregel formuleert waaraan getoetst kan worden of en zo ja, wanneer uitlatingen middels social media als onrechtmatig moeten worden aangemerkt. Een beperking van de vrijheid van meningsuiting is slechts toegestaan als wordt voldaan aan alle vereisten uit artikel 10 lid 2 EVRM. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen. Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de uitlatingen onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ter beantwoording van de vraag of in deze zaak de uitingen van de man als onrechtmatig zijn aan te merken, weegt de voorzieningenrechter mee dat Facebook bij uitstek een medium is waarop mensen (niet steeds even genuanceerd) hun meningen en opinies met elkaar delen. Alhoewel dat niet betekent dat elke mening via Facebook ongestraft kan worden gedeeld, moet daarbij wel een zeer grote mate van vrijheid worden aangenomen. De mening van de man overschrijdt in dit geval naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet de grenzen van het betamelijke. 

Op 4 december 2012 heeft de Rechtbank Amsterdam al eens eerder uitspraak gedaan over negatieve uitlatingen van een ex-partner op social media (ECLI:NL:RBAMS:2012:BY9149). In deze zaak was de affectieve relatie van eiseres (de vrouw) en gedaagde (de man) verbroken. Zij hebben samen twee minderjarige kinderen. De man had eerder een verzoek tot vastlegging van een omgangsregeling bij de Rechtbank Amsterdam gedaan, waarop negatief was beslist. Vervolgens heeft hij allerlei belastende en bedreigende berichten over zijn ex-partner en de kinderen op zijn Hyves en Facebook pagina geplaatst. Ook de ouders van de vrouw en andere personen uit haar omgeving (met name hulpverleners) werden hierbij betrokken. Het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming dat in deze zaak was uitgebracht heeft de man op internet geopenbaard. Reeds op 2 augustus 2012 (ECLI:NL:RBAMS:2012:BY9146) had de voorzieningenrechter al een straatverbod opgelegd aan de man en hem veroordeeld tot het verwijderen van onrechtmatige teksten en of uitlatingen over de vrouw en de kinderen of over personen die behoren tot het sociale netwerk van de vrouw en de kinderen, op straffe van een dwangsom. Ondanks het eerdere vonnis van de voorzieningenrechter heeft de man na de uitspaak wederom bezwarende teksten op zijn social media profielen geplaatst. Een en ander houdt een ernstige schending van de privacy in van zijn ex-partner, de kinderen en van personen uit haar omgeving. Al deze uitingen tezamen en in onderling verband bezien, acht de voorzieningenrechter onrechtmatig. De man diende zijn sociale mediaprofielen op Hyves, Facebook en blogspot te verwijderen en hem werd verboden om voor de periode van één jaar de beheerder/gebruiker van een sociaal mediaprofiel te zijn.

Bovengenoemde voorbeelden maken duidelijk dat ook in familierechtelijke kwesties voorzichtigheid bij het gebruik van social media op zijn plaats lijkt. Een mogelijkheid om het gebruik van social media enigszins te controleren, is het opnemen van een zogenaamde “social media clausule” in de huwelijkse voorwaarden of in het echtscheidingsconvenant, al dan niet met een boetebeding daaraan gekoppeld. In een dergelijke clausule wordt geregeld wat er na de echtscheiding wel en met name niet via social media gedeeld mag worden.

Informatie die uw ex-partner via social media publiceert, kan zowel privé als zakelijk een grote impact hebben. Zeker aangezien de ‘online’ reputatie steeds belangrijker wordt. Een social media clausule voorkomt schending van de privacy en eventuele reputatieschade. Met een dergelijke clausule kunnen partijen onder andere regelen dat er over elkaar geen privé informatie wordt prijsgegeven of dat geen Whatsapp berichten of belastende foto’s op social media worden gepubliceerd. Overtreedt een der partijen de in de clausule gemaakte afspraken, dan moet hij of zij aan de ander een vooraf vastgestelde boete betalen.

Wilt u meer weten over de invloed van social media op familierechtelijke zaken of over een social media clausule? Neem dan vrijblijvend contact op.