De invloed van het kindgebonden budget op de hoogte van partneralimentatie: forumshopping loont!?

maandag, 13 juni 2016

Op 9 oktober 2015 heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:2015:3011) in het kader van een prejudiciële beslissing beslist dat het (na een scheiding) het door de verzorgende ouder ontvangen kindgebonden budget (inclusief de daarvan onderdeel uitmakende alleenstaande ouderkop) als een inkomensondersteuning dient te worden beschouwd bij de vraag hoeveel kinderalimentatie de ouders over en weer kunnen voldoen. Daarmee kwam een einde aan de tot die tijd geldende richtlijn, dat het ontvangen kindgebonden budget (en alleenstaande ouderkop) eerst in mindering diende te worden gebracht op het aandeel van de ouders in de kosten van de kinderen (behoefte). Het gevolg van die richtlijn was dat in feite de overheid alle, of althans een belangrijk deel van de kosten van de kinderen betaalde. De Hoge Raad heeft aangegeven dat het primair de taak van de ouders is om deze kosten te voldoen, waarbij het feitelijk ontvangen kindgebonden budget (en alleenstaande ouderkop) wel van invloed is op de draagkracht van de ontvangende ouder. 

Met de prejudiciële beslissing leek de rust gekeerd als het gaat om de hoogte van de door de ouders te betalen bij te dragen in de kosten van hun kinderen.

Inmiddels zorgt het ontvangen van kindgebonden budget (en de alleenstaande ouderkop) echter opnieuw voor nieuwe discussies. Het gaat nu echter om de invloed van het kindgebonden budget op de mogelijkheid tot het ontvangen van partneralimentatie. In de jurisprudentie zijn twee tegengestelde stromingen waar te nemen.

Het Hof  Arnhem-Leeuwarden is van oordeel dat bij de vraag in hoeverre iemand aanspraak kan maken op partneralimentatie het te ontvangen kindgebonden budget (en de alleenstaande ouderkop) direct van invloed is op de (aanvullende) behoefte. Dit hof beschouwt – in de lijn van de hiervoor genoemde prejudiciële beschikking van de Hoge Raad - het kindgebonden budget als een inkomen als gevolg waarvan er minder behoefte is aan partneralimentatie. Het gevolg is dus dat de alimentatieplichtige partner daardoor minder partneralimentatie hoeft te betalen.

Het Hof Den Haag is van oordeel dat bij de vraag in hoeverre iemand aanspraak kan maken op partneralimentatie het ontvangen van kindgebonden budget (en de alleenstaande ouderkop) buiten beschouwing dient te blijven, waardoor de (aanvullende) behoefte aan partneralimentatie hoger is. Het gevolg is dus dat de alimentatieplichtige daardoor een hogere partneralimentatie dient te voldoen (mits er voldoende draagkracht is), zelfs wanneer de alimentatiegerechtigde – ondanks de partneralimentatie – nog steeds (een mogelijk als gevolg daarvan lager) kindgebonden budget (en alleenstaande ouderkop) ontvangt. Het Hof Den Haag baseert zich daarbij op een uitspraak van de Hoge Raad uit 1995 (NJ 1995/291), waarin de Hoge Raad heeft beslist dat de onderhoudsverplichting (partneralimentatie) prevaleert boven het ontvangen van ondersteuning die de alimentatiegerechtigde kan ontvangen van de staat (in die zaak: huurtoeslag).  

Als gevolg van deze tegenstrijdige uitspraken zal de alimentatieplichtige bij het Hof Arnhem-Leeuwarden een lagere partneralimentatie hoeven te betalen, dan dezelfde alimentatieplichtige bij het Hof Den Haag. Omgekeerd: de overheid betaalt een hogere bijdrage in de vorm van kindgebonden budget (en alleenstaande ouderkop) aan de alimentatiegerechtigde, die procedeert over partneralimentatie bij het Hof Arnhem-Leeuwarden.

Het lijkt er dus voorlopig op dat ‘het loont’ om aan forumshopping te doen, voorzover dat natuurlijk mogelijk is.

Zorgelijk is uiteraard wel dat er op dit [punt geen sprake is van rechtseenheid. Mogelijk zal de Hoge Raad er opnieuw – via een prejudiciële beslissing of cassatie -  opnieuw aan te pas moeten komen.