De betaling van achterstallige kinderalimentatie is niet altijd fiscaal aftrekbaar

maandag, 18 juli 2011

Op 10 maart 2011 heeft het Gerechtshof Amsterdam bepaald dat een alimentatieplichtige niet voor de fiscale persoonsgebonden aftrek in aanmerking komt voor de betaling van achterstallige kinderalimentatie in een ander jaar dan waarin de alimentatie in beginsel verschuldigd zou zijn.

In deze kwestie is de man alimentatieplichtig jegens zijn drie in Oostenrijk wonende kinderen.

De man verzuimt kinderalimentatie te betalen. Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (hierna L.B.I.O.) int in 2005 betaling van de achterstallige alimentatie door beslaglegging onder de werkgever van de man. In totaal geeft de man een bedrag van € 6.487,-- aan de fiscus als persoonsgebonden aftrek op. De Inspecteur van de belastingdienst meent dat de man niet in ieder kwartaal van 2005 voor het persoonsgebonden aftrek in aanmerking komt. De man voldoet volgens hem namelijk niet aan de onderhoudseis van € 386,-- per kwartaal.

Het oordeel van het hof

In artikel 6.1., eerste lid, onderdeel a, van de Wet Inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) is bepaald dat de persoonsgebonden aftrek het gezamenlijke bedrag is van de in het kalenderjaar op de belastingplichtige drukkende persoonsgebonden aftrekposten.

Op grond van artikel 6.13 van de Wet zijn uitgaven voor levensonderhoud van kinderen uitgaven voor levensonderhoud van kinderen jonger dan 30 jaar die ten minste in belangrijke mate door de belastingplichtige worden onderhouden.  

Door de werkgever van de man zijn in 2005 bedragen betaald aan L.B.I.O. De betalingen in de eerste twee kwartalen van 2005 zijn gedaan omdat de man in de voorgaande jaren een achterstand heeft opgelopen bij de betaling van alimentatie voor zijn kinderen. De betalingen hebben derhalve geen betrekking op levensonderhoud van de kinderen van de man in het jaar 2005 maar op levensonderhoud in eerdere jaren. Er is daarom geen sprake van een op de belastingplichtige drukkende persoonsgebonden aftrekpost als omschreven in voormeld artikel 6.1, eerste lid, onderdeel a, in samenhang met artikel 6.2 van de Wet. Voormelde vaststelling betekent dat de man in de eerste twee kwartalen van 2005 geen recht heeft op de door hem geclaimde aftrek.

De conclusie van deze uitspraak is dus dat men bij de betaling van achterstallige alimentatie alert moet zijn op welk tijdstip dat gebeurt. Als de betalingen betrekking hebben op verplichtingen in een ander jaar, kan men dus niet van persoonsgebonden aftrek genieten. Dat zou uiteraard zonde zijn. Een fiscale reden dus om deze verplichting tijdig na te komen. Indien wel sprake is van een achterstand in de betaling van kinderalimentatie, kan men zolang de belastingafwikkeling waarin de verplichting gold nog niet definitief heeft plaatsgevonden, proberen de kinderalimentatie in dat jaar alsnog fiscaal in aftrek te brengen.

De volledige uitspraak kunt u hier lezen.