Conservatoir beslag en bankgarantie

donderdag, 23 april 2015

Ook in het familierecht doen zich uiteraard executieperikelen voor. Vaak zal de rechtbank de echtscheidingsbeschikking met nevenvoorzieningen uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Houden die nevenvoorzieningen in dat de ene echtgenoot een bedrag ter verrekening aan de ander moet voldoen, dan kan dus executie daarvan plaatsvinden ook al zou tegen die beslissing hoger beroep worden aangetekend.

Vaak vindt de tot verrekening verplichte partij dit bezwaarlijk, omdat het maar zeer de vraag is of een eenmaal betaald bedrag nog kan worden terugontvangen in het geval de uitspraak in hoger beroep een andere uitkomst kent.

Heeft de partij, die recht denkt te hebben op een betaling conservatoir beslag gelegd, dan kan op basis daarvan executie plaatsvinden zodra later een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak wordt verkregen. Naar aanleiding van een conservatoir beslag wordt vaak getracht om in de vorm van het verstrekken van een bankgarantie te voorkomen dat een bedrag daadwerkelijk moet worden betaald voordat definitief vaststaat of wel een bedrag is verschuldigd.

Bij het afgeven van een bankgarantie vindt dan vaak discussie plaats over de vraag wanneer de beslagdebiteur opheffing van het conservatoir beslag kan eisen:

  • als een bankgarantie wordt verstrekt die kan worden uitgewonnen zodra een toewijzende uitspraak uitvoerbaar bij voorraad is verklaard of
  • zodra een toewijzende uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan.

In het laatste geval schort het hoger beroep (waardoor er nog geen sprake is van gezag van gewijsde) de feitelijke uitwinning op, ondanks uitvoerbaar verklaring bij voorraad door de rechtbank.

Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij uitspraak van 14 april 2015 (ECLI:NL:GHSHE:2015:1354) bepaald, dat opheffing van het conservatoir beslag kan worden verkregen wanneer een bankgarantie wordt verstrekt, die kan worden ingeroepen ingeval een toewijzende uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. Weliswaar verliest de andere partij dan het recht om in het geval van een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak feitelijk tot invordering over te gaan. Daartegenover staat echter de omstandigheid dat een bankgarantie in andere opzichten méér zekerheid biedt dan een conservatoir beslag. Volgens het hof is er dan, alles beziend, geen sprake van een ongunstiger situatie voor de beslaglegger.