Commentaar n.a.v. het arrest van de Hoge Raad inzake Stichting Baas in Eigen Huis tegen Plazacasa B.V. (Jaap.nl)

maandag, 22 maart 2010

Op 26 februari jl. heeft de Hoge Raad een belangwekkend arrest gewezen in de zaak van de Stiching Baas in Eigen Huis tegen Plazacasa B.V., de exploitant van de inmiddels onder velen bekende huizenwebsite www.jaap.nl. Het arrest is voor de meeste juristen vooral belangwekkend vanwege de overwegingen van de Hoge Raad over de ontvankelijkheid van een stichting die een collectieve actie instelt.

De Hoge Raad is anders dan het hof Amsterdam van oordeel dat er wel degelijk sprake is van gelijksoortige belangen in de zin van artikel 3:305a BW, ook indien – zoals in casu – eenderde van de makelaars géén bezwaren heeft tegen de publicatie van hun objectdata op www.jaap.nl. Het hof heeft immers niet vastgesteld dat de belangen ter bescherming waarvan de collectieve actie van de stichting strekt, zich niet lenen voor bundeling. Bovendien biedt lid 5 van artikel 3:305a BW voor de groep makelaars die niet achter de actie van de stichting staat, de mogelijkheid om te voorkomen dat de rechterlijke uitspraak ook jegens hen effect sorteert door simpelweg bezwaar te maken bij de stichting. Het door de Hoge Raad nog eens helder uitgelegde wettelijk systeem was overigens ook al ondubbelzinnig door de wetgever uiteengezet in de Memorie van Toelichting op artikel 305a BW (zie MvT 22 486, nr. 3, p. 31).

Voor IE-juristen daarentegen is het met name de overweging ten overvloede (r.o. 5.2) die de aandacht trekt. De Hoge Raad overweegt namelijk ondubbelzinnig dat het hof de door Plazacasa op de voet van artikel 1019h Rv gevorderde en gespecificeerde kosten niet had mogen afwijzen, nu deze überhaupt niet door de stichting waren betwist, ook niet wat betreft de redelijkheid en evenredigheid.

Klik hier om het gehele artikel te lezen.