Centrum van de voornaamste belangen

woensdag, 2 september 2009

Recentelijk oordeelde het hof Arnhem dat de rechtbank Arnhem zich ten onrechte onbevoegd had verklaard om van een faillissementsverzoek kennis te nemen omdat onder andere het centrum van de voornaamste belangen van gerekestreerde zich wel in Nederland bevond.

Een B.V. vroeg recentelijk het faillissement aan van een natuurlijk persoon. De rechtbank Arnhem verklaarde zich echter onbevoegd van het verzoek kennis te nemen, omdat het centrum van de voornaamste belangen van de natuurlijke persoon in Duitsland zou zijn gelegen. Op grond van de Insolventieverordening zou alleen de Duitse rechter bevoegd zijn in de onderhavige situatie een insolventieprocedure te openen, aldus de rechtbank. De Rechtbank baseerde haar oordeel mede op een verklaring van de natuurlijke persoon dat zij sedert februari 2009 in Duitsland zou wonen en ook daar binnenkort betaalde arbeid zou gaan verrichten. De natuurlijke persoon was ook formeel ingeschreven als inwoner van een gemeente in Duitsland.

De B.V. was het niet eens met het oordeel van de Rechtbank en ging in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank. De B.V. stelde dat het enkele feit dat de natuurlijke persoon in Duitsland zou zijn ingeschreven niet per definitie betekende dat zij Nederland had verlaten en haar hoofdverblijf in Duitsland zou hebben. De B.V. wees erop dat de natuurlijke persoon ook in Nederland was ingeschreven. De B.V. stelde dan ook dat enkel een uittreksel van een gemeente in Duitsland onvoldoende was om aan te nemen dat de natuurlijke persoon daar haar vaste woonplaats had. Bovendien toonde de B.V. aan dat de natuurlijke persoon ook in contracten enkel het Nederlandse adres had opgenomen.

Het hof overwoog dat uit de door hem ten behoeve van de oproeping van de natuurlijke persoon opgevraagde bewijs van opneming in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente waar zij woonachtig was, bleek dat zij nog steeds op het Nederlandse adres was ingeschreven. Niet zonder meer kon worden afgeleid dat het centrum van haar voornaamste belangen in Duitsland was gelegen, aldus het hof. Het hof oordeelde, mede op grond van de stellingen van de B.V., dat het centrum van de voornaamste belangen van de natuurlijke persoon wel degelijk in Nederland was gelegen.

De rechtbank Arnhem was dan ook bevoegd om van het verzoek van de B.V. tot faillietverklaring van de natuurlijke persoon kennis te nemen. Het hof vernietigde dan ook terecht de beschikking van de rechtbank Arnhem. Het hof verwees de zaak terug naar de rechtbank Arnhem voor verdere afdoening.

Hof Arnhem 23 juli 2009, LJN BJ5603