CBb vernietigt ACM boete inzake Greenchoice

maandag, 8 september 2014

Afgelopen donderdag 4 september heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (hierna: CBb) de eerder door de ACM opgelegde boetebesluiten in de zaak Greenchoice geheel vernietigd. De boetes waren opgelegd aan de energieleverancier en twee directeuren van Greenchoice die als feitelijk leidinggevende separaat zijn beboet. De boetes zijn opgelegd omdat Greenchoice jarenlang bewust nagelaten heeft de eindnota van overstappende klanten tijdig te versturen.

De ACM had boetes uitgedeeld op grond van een artikel in de Gaswet en in de Elektriciteitswet 1998.[1] Deze artikelen bepalen dat een energieleverancier redelijke voorwaarden moet hanteren en op basis hiervan kan de ACM ingrijpen wanneer de voorwaarden niet redelijk zijn. Ter discussie stond in deze zaak of de ACM ook boetes kan opleggen wanneer de voorwaarden wel redelijk zijn, maar niet nageleefd worden. De letterlijke tekst doet vermoeden van niet, maar de ACM betoogde dat dit wel de bedoeling van de wetgever is geweest. De betreffende artikelen bepalen als volgt:

“Een houder van een vergunning heeft de plicht op een betrouwbare wijze en tegen redelijke tarieven en voorwaarden zorg te dragen voor de levering van elektriciteit aan iedere (…) afnemer die daarom verzoekt.”[2]

Het CBb oordeelt dat die bedoeling niet uit de wetgeschiedenis blijkt. De eis van het hanteren van redelijke voorwaarden moet worden gezien in de sfeer van het verlenen, wijzigen en intrekken van een vergunning, aangezien de bepalingen ook in die paragrafen te vinden zijn.[3] Dat de bepaling een zekere mate van consumentenbescherming biedt is volgens het CBb niet voldoende om aan te nemen dat de ACM boetes kan opleggen voor het niet naleven van die contractsvoorwaarden.

Commentaar:

Het vernietigen van de boetes is een bittere pil voor de ACM. Niet ter discussie stond immers dat de eindnota’s bewust niet, dan wel veel te laat werden gezonden aan afnemers. Dit leverde Greenchoice geld op ten koste van de onoplettende klant.[4] Vooral de interne correspondentie tussen beide Greenchoice directeuren hierover trok de aandacht omdat zij correspondeerden via de codenamen ‘Boris boef’ en ‘Dagobert Duck’.Het staat buiten kijf dat dit een verwerpelijke handelswijze is die om die reden zwaar bestraft zou moeten worden en ook zwaar is bestraft (de Ondernemingskamer oordeelde in augustus jl. immers niet voor niets dat beide directeuren zich jarenlang schuldig hebben gemaakt aan wanbeleid). Met deze uitspraak laat het CBb zien de wet uit te leggen conform de bedoeling van de wetgever. Daarbij heeft het CBb de tekst van de wetsgeschiedenis als uitgangspunt genomen en zag het CBb geen ruimte voor een ruimere benadering. Deze uitspraak betekent echter niet dat er geen mogelijkheden zijn om Greenchoice aan te spreken wegens het niet-naleven van de contractvoorwaarden. Het CBb heeft enkel geoordeeld dat de bestuursrechtelijke weg niet de weg is die hier bewandeld had moeten worden. Het in strijd met die voorwaarden handelen is vooral een civielrechtelijke aangelegenheid, aldus het CBb.