CBb oordeelt over boete bij overschrijding van de redelijke termijn

maandag, 26 mei 2014

Op 19 mei 2014 heeft ACM een bericht geplaatst waarin twee uitspraken van het CBb centraal staan van 28 februari 2013. Naar aanleiding van de bouwzaken Landustrie sneek B.V. en Aan de Stegge Verenigde Bedrijven B.V. oordeelt het CBb over de gevolgen van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden.

Bestuurlijke fase
ACM heeft erkend dat de redelijke termijn in de bestuurlijke fase met 6 maanden is overschreden. Het is inmiddels vaste jurisprudentie dat per half jaar van overschrijding van de redelijke termijn EUR 500 aan schadevergoeding dient te worden betaald.

Rechterlijke fase
De Staat daarentegen dient EUR 1500 aan schade te vergoeden in verband met overschrijding van de rechterlijke fase in beroep en in hoger beroep van 1 jaar en 4 maanden. De Staat heeft namelijk aangegeven dat de vertraging aan de betreffende rechter is te wijten en dat zij daarom een vergoeding aanbieden van EUR 500 per half jaar van overschrijding.

Omdat in deze zaken de boetes zijn vervallen, merkt het CBb het beroep op overschrijding van de redelijke termijn aan als een verzoek om schadevergoeding. Het totaalbedrag aan schadevergoeding komt derhalve uit op EUR 2000. De uitspraken van het CBb zijn onherroepelijk.