Capita fraude & concurrentie: wetsvoorstel acquisitiefraude

woensdag, 12 maart 2014

VVD en SP namen vorig jaar het initiatief een wetsvoorstel in te dienen in verband met acquisitiefraude en spookfacturen. De vaste adviseur van de Tweede Kamer, de Afdeling Advisering van de Raad van State, heeft inmiddels haar commentaar gegeven. Er ligt nu een reactie van de initiatiefnemers, zodat het wetgevingsproces flink op stoom komt.

Achtergrond

Acquisitiefraude is voor veel ondernemers een reëel probleem. Spookfacturen, fraude met bedrijvengidsen, “Marktplaats”-fraude, misleidende kleine lettertjes: het gaat om professionele en georganiseerde criminaliteit. Hoewel precieze cijfers nog ontbreken, schatten MKB Nederland en het Steunpunt Acquisitiefraude de totale schade van acquisitiefraude aan de Nederlandse economie op 400 miljoen euro per jaar. Uit een Benelux-onderzoek bleek voorts dat van de bevraagde bedrijven, 80 procent één of meerdere keren is benaderd in het kader van frauduleuze partijen.

Het initiatiefwetsvoorstel wil acquisitiefraude jegens ondernemers tegengaan. Onder acquisitiefraude wordt verstaan: misleidende handelspraktijken tussen organisaties, waarbij verkooptechnieken worden gebruikt gericht op het winnen van vertrouwen en het wekken van verwachtingen teneinde de ander te bewegen tot het aangaan van een overeenkomst, waarbij de tegenprestatie niet of nauwelijks naar behoren wordt geleverd.

VVD en SP stellen de volgende maatregelen voor, om acquisitiefraude tegen te gaan:

  • Civiel recht: de regeling inzake de misleidende reclame in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangevuld in die zin dat een “misleidende omissie”, bestaande in het weglaten of verborgen houden van essentiële informatie bij het aangaan van een transactie, als onrechtmatig handelen wordt aangemerkt;
  • Strafrecht: acquisitiefraude tegen ondernemers wordt strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht.

Huidige mogelijkheden ter bestrijding van acquisitiefraude

Over het algemeen is de civiele actiebereidheid van gedupeerde ondernemers laag. Uit onderzoek blijkt dat de procesrisico’s voor veel gedupeerden te groot zijn om een (kostbare) procedure te starten. Dit houdt verband met het onzekere karakter van de hierboven geschetste civielrechtelijke mogelijkheden, waardoor het in de praktijk lastig blijkt om overeenkomsten te ontbinden die door spooknota’s of andere vormen van acquisitiefraude zijn ontstaan. Dit geldt zeker voor gevallen waarbij de gedupeerde reeds (al dan niet per ongeluk) enkele termijnen heeft betaald.

Los daarvan worden ondernemers ook niet graag geassocieerd met wanbetaling, een angst waar acquisitiefraudeurs handig op inspelen. Het betalen van de kosten voortgekomen uit een door acquisitiefraude tot stand gekomen overeenkomst vindt vaak plaats om de schijn te vermijden dat de ondernemer zou kampen met liquiditeitsproblemen, iets dat zou kunnen leiden tot intrekking van lopende en toekomstige kredieten.

Anders gezegd: de fraudeurs zijn tot dusver aan de winnende hand. Dat is een moeilijk te verteren conclusie. En mogelijk ook een onnodige. Ondernemers kunnen zich op allerlei manieren verweren tegen acquisitiefraude. Wij geven enkele voorbeelden uit de dagelijkse praktijk (zonder pretentie van volledigheid):

  • In sommige gevallen kan worden betoogd dat een toereikende volmacht ontbreekt, zodat de ‘contracten’ met de fraudeur niet tot stand zijn gekomen.
  • Melding doen bij de Fraudehelpdesk. Deze ontving in 2011 van ruim 10 000 personen en kleine bedrijven een melding. Een substantieel deel van de meldingen (30%) heeft betrekking op cybercrime (waarbij internet het middel is om fraude te plegen). Daarnaast hebben veel meldingen betrekking op spooknota’s en zogeheten «marktplaatsfraude» (het vooraf betalen voor goederen die via sites als Marktplaats worden aangeboden maar die vervolgens niet worden geleverd). De Fraudehelpdesk verwijst vaak door naar een andere organisatie. Het merendeel van de melders wordt doorverwezen naar het Steunpunt Acquisitiefraude (34%), Consuwijzer (14%) en Mijnpolitie.nl (12%).
  • Melding doen bij Dienst Justis. Dit onderdeel van het Ministerie van Veiligheid en Justitie kijkt naar de natuurlijke personen binnen de rechtspersoon en naar andere bij de rechtspersoon betrokken personen en bedrijven. Als uit de screening blijkt dat er een verhoogd risico is op misbruik van rechtspersonen, verstuurt zij een risicomelding aan relevante organisaties zoals de Belastingdienst, Politie, de bijzondere opsporingsdiensten, Autoriteit Financiële Markten, De Nederlandsche Bank, de Arbeidsinspectie en het Openbaar Ministerie.
  • Aangifte doen van fraude. De politie en het openbaar ministerie treden echter lang niet altijd handhavend op. Het strafrecht wordt volgens de Minister van Economische Zaken vooral ingezet in die zaken waarin sprake is van een aantoonbare systematische fraude, en/of waarin het schadebedrag hoog is.
  • Soms moet de rechter eraan te pas komen. Op dit moment komen bij de civiele rechter drie rechtsmiddelen daadwerkelijk in aanmerking voor gedupeerde ondernemers: een vordering uit bedrog (artikel 3:44(3) BW), dwaling (artikel 6:228 BW) en/of wanprestatie (artikel 6:74 BW).
  • Onder omstandigheden is het ook mogelijk om middels zogeheten “reflexwerking” consumentenbescherming op het gebied van oneerlijke handelspraktijken toe te passen op (kleinere) ondernemers. De rechter heeft bijvoorbeeld geoordeeld dat de positie van een kleine Utrechtse vrijwilligersorganisatie te vergelijken viel met die van een consument – waarna die organisatie gebruik kon maken van stringente consumentenbescherming.
  • Voor zover de acquisitiefraude door middel van openbare mededelingen wordt gepleegd, genieten gedupeerde ondernemers bescherming op grond van EU wetgeving op het terrein van misleidende en vergelijkende reclame (artikelen 6:194–196 BW).

Wetgevingsdossier

Kamerstukken II 2013 – 2014, 33 712 (Voorstel van wet van de leden Gesthuizen en Van Oosten tot wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het tegengaan van acquisitiefraude door het doen van misleidende mededelingen jegens diegenen die handelen in de uitoefening van hun beroep, bedrijf of organisatie en wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de strafbaarstelling van acquisitiefraude)

  • Wetgevingsdocumenten (overzicht)
  • Advies van de Afdeling Advisering van de Raad van State (document)
  • Gewijzigde Memorie van Toelichting (document)