Brand, asbestverspreiding en kostenverhaal

maandag, 14 april 2014

Op 11 juli 2010 brak brand uit in een schuur in Woudrichem waarin asbest was verwerkt. Door de brand werd asbest in de omgeving verspreid. De gemeente gaf diezelfde dag opdracht aan een asbestverwijderaar om het vrijgekomen asbest te verwijderen en 16 dagen later zond het college een last onder dwangsom aan de eigenaar van de afgebrande schuur. De eigenaar ging in beroep; hoe liep dat af? (Afdeling bestuursrechtspraak 29 augustus 2012, JOM 2012/918).

Is er sprake van een overtreding?

In die last stond dat de eigenaar van de schuur in overtreding was omdat asbest zich had verspreid, en dat hij daarom de schoonmaakkosten van circa € 75.000 moest betalen. De gemeente baseerde de last onder dwangsom op artikel 1.1A Wet milieubeheer, waarin staat dat een ierder voldoende zorg voor het milieu in acht moet nemen en milieugevaarlijke situaties moet voorkomen. Omdat het algemeen bekend is dat asbest een gevaar oplevert voor de volksgezondheid was de gemeente van mening dat de eigenaar van de afgebrande schuur deze bepaling overtrad door niet direct – de diezelfde dag – het asbest zelf te laten opruimen. De Afdeling bestuursrechtspraak was het met de gemeente eens. In vergelijkbare gevallen wordt de last onder dwangsom ook wel gebaseerd op artikel 1A van de Woningwet, waarin staat dat de eigenaar van een bouwwerk of terrein ervoor moet zorgen dat dat geen gevaar voor de gezondheid oplevert. De overtreding bestaat daarom uit het niet direct schoonmaken en verwijderen van het vrijgekomen asbest, en daarbij is niet relevant of men al dan niet schuld heeft aan de brand waardoor het asbest is verspreid.

Geen waarschuwing vooraf?

De eigenaar van de loods voerde nog aan dat hij niet vooraf was gewaarschuwd, en dat hij ook zelf bereid was het asbest op te ruimen. De rechter verwierp dat bezwaar omdat het College van B&W in spoedeisende gevallen bestuursdwang kan toepassen zonder voorafgaande aanschrijving (artikel 5: 31 lid 1 Algemene wet bestuursrecht). De gemeente kon daarom het asbest laten verwijderen zonder de eigenaar eerst zelf in de gelegenheid te stellen dat te doen.

Het moet dan wel spoedeisend zijn

Maar deze regel geldt alleen indien er echt niet gewacht kan worden met het opruimen van het asbest. Als de gemeente een paar dagen wacht met het opruimen is de situatie kennelijk niet zo spoedeisend dat de eigenaar van de schuur niet eerst zelf in de gelegenheid moet worden gesteld het asbest op te ruimen (Afdeling bestuursrechtspraak 31 oktober 2012, JOM 2012/1037).

De omvang van de kosten

De eigenaar van de afgebrande schuur in Woudrichem moest de gemeente de circa € 75.000 vergoeden die het opruimen van het asbest had gekost. Hij wees erop dat hij zelf een offerte had om diezelfde werkzaamheden voor € 22.000 te laten uitvoeren. De kosten waren volgens hem dus veel te hoog. De Afdeling verwierp ook dit betoog. Er was volgens de Afdeling een zo acute situatie dat de gemeente niet eerst offertes hoeft aan te vragen om de werkzaamheden zo goedkoop mogelijk te laten uitvoeren.

Wat te doen?

De gemeenten worden in dit soort procedures door de rechter meestal in het gelijk gesteld. Als er door een brand asbest kan zijn verspreid is het in de regel verstandig om direct, diezelfde dag, onderzoek te laten uitvoeren naar de ernst van de verspreiding en daarover per omgaande contact te zoeken met de gemeente. Indien er inderdaad risico’s zijn is het verstandig direct opdracht te geven om het asbest meteen te laten verwijderen. En dat ook direct schriftelijk aan de gemeente door te geven. Op die wijze kunt u de kosten in de hand houden en voorkomt u procedures.