Boetes Meststoffenwet herroepen

woensdag, 13 februari 2013

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) schrapt de boetes die door de staatssecretaris van Economische Zaken waren opgelegd aan zeven Utrechtse landbouwers.

Het voornaamste geschilpunt betrof de vraag of deze Utrechtse landbouwers de percelen die zij in Friesland en Noord-Holland hadden bijgehuurd tot hun bedrijf mochten rekenen. De staatssecretaris meende van niet. De staatssecretaris had berekend hoeveel meststoffen de landbouwers op hun bedrijf hadden gebruikt. Omdat de bijgehuurde percelen bij deze berekening buiten beschouwing werden gelaten viel het gebruik van meststoffen per hectare hoger uit. Dit leidde tot oplegging van boetes, die varieerden van ongeveer € 15.000,-- tot € 173.000,--.

De rechtbank Arnhem was het met de staatssecretaris eens dat de percelen niet daadwerkelijk bij de landbouwers in gebruik waren, omdat zij door een loonwerker waren bewerkt. De landbouwers voerden in hun hoger beroep tegen die uitspraak aan dat de loonwerker in hun opdracht werkte, terwijl het inschakelen van een loonwerker gebruikelijk is.

Het CBb vindt dat de staatssecretaris niet mocht verlangen dat de boeren zelf de percelen bewerken. Die eis staat namelijk niet in de wet. Voldoende is dat de boer de feitelijke beschikkingsmacht over de bijgehuurde grond heeft en dat was hier het geval.

Deze uitspraak is definitief: hoger beroep is niet mogelijk, het CBb is de eindrechter in deze zaken.

Klik hier om de volledige uitspraak te lezen