Bewust afgeweken van de wettelijke maatstaven bij de berekening van kinderalimentatie?

woensdag, 15 juli 2015

Op grond van de wet kan een overeenkomst over levensonderhoud (zowel voor wat betreft kinder- als partneralimentatie) worden gewijzigd indien deze is aangegaan met grove miskenning van de wettelijke maatstaven (artikel 1:401 lid 5 BW). Van een grove miskenning van de wettelijke maatstaven is bijvoorbeeld sprake wanneer er, uitgaande van dezelfde gegevens, een duidelijke wanverhouding bestaat tussen de onderhoudsbijdrage waartoe de rechter zou hebben beslist (aan de hand van die wettelijke maatstaven) en die partijen zijn overeengekomen.

In de literatuur en jurisprudentie bestaat er discussie over de vraag of een rechter, indien een wijzigingsverzoek kinderalimentatie wordt voorgelegd, niet te allen tijde zelfstandig aan de hand van de wettelijke maatstaven moet beoordelen of de alimentatie gewijzigd dient te worden; is dat het geval, dan is niet van belang of er destijds is afgeweken van de maatstaven en of dat bewust is gebeurd. Reden daarvoor is het feit dat kinderalimentatie van openbare orde wordt geacht.

Gebeurt dat niet dan zal, bij een beroep op de genoemde wijzigingsgrond, de rechter allereerst beoordelen of er sprake is van een onopzettelijke of opzettelijke (bewuste) afwijking van de wettelijke maatstaven. De beoordelingscriteria aan de hand waarvan de rechter moet toetsen bij een onopzettelijke afwijking verschillen van die bij een bewuste afwijking.  

Onopzettelijke afwijking

Dat er sprake is van een onopzettelijke afwijking van de wettelijke maatstaven zal aangetoond moeten worden door degene die daar een beroep op doet. Daarvoor zou bijvoorbeeld verwezen kunnen worden naar de bedoeling van partijen om aan te sluiten bij de (wettelijke begrippen) behoefte en draagkracht van partijen. Indien vast komt te staan dat er sprake is van een onopzettelijke afwijking, geldt het criterium dat er, uitgaande van dezelfde gegevens, sprake dient te zijn van een duidelijke wanverhouding tussen de onderhoudsbijdrage waartoe de rechter zou hebben beslist en die welke partijen zijn overeengekomen. Is daarvan sprake, dan vindt wijziging plaats.

Bewuste afwijking

Als er sprake is van een bewuste afwijking van de wettelijke maatstaven dan geldt artikel 1:401 lid 5 BW niet, maar past de rechter voor de wijziging de zwaardere toets van artikel 1:159 lid 3 BW naar analogie toe (zie voor een uitleg hierover een van de andere artikelen in deze nieuwsbrief). De partij die stelt, dat er bewust is afgeweken, zal dit moeten bewijzen. Wordt dit bewezen geacht, dan kan de rechter in zo’n geval vervolgens slechts tot wijziging van de overeenkomst overgaan als de verzoeker stelt en de rechter aannemelijk oordeelt dat na het tot stand komen van de overeenkomst een wijziging van omstandigheden is ingetreden die meebrengt dat de wederpartij, in het licht van alle dan bestaande omstandigheden, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. Dit is een extra zwaar wijzigingscriterium.

Treft u buiten de rechter om met uw ex-partner een regeling over de hoogte van de te betalen kinderalimentatie, leg dan tevens uw gezamenlijke bedoeling vast in niet mis te verstane bewoordingen. Geef dan tevens aan op welke wijze u tot de vastgestelde bijdrage bent gekomen. Het is in ieder geval aan te raden om apart dan wel gezamenlijk deskundig advies in te winnen over de te betalen kinderalimentatie.