Bestuurdersaansprakelijkheid: tips voor bestuurders in zwaar weer

vrijdag, 11 november 2016

Bestuurders van verlieslatende ondernemingen vallen niet te benijden. Van hen wordt verwacht dat zij de crisissituatie omkeren. Sterker nog, op hen rust de wettelijke plicht om in te grijpen als de onderneming in financieel zwaar weer terecht dreigt te komen of al verkeert. De bestuurders moeten onderzoeken hoe de continuïteit kan worden veiliggesteld en die maatregelen ook treffen. Doen zij dat niet, dan vervullen zij hun bestuurstaak niet.

Tegelijkertijd wordt van bestuurders verwacht dat zij rekening houden met de belangen van crediteuren, leveranciers en werknemers en dat zij een 'kansloze' missie als zodanig herkennen. Is een faillissement realistisch gezien onvermijdelijk, dan verschiet de bestuurstaak van kleur. De bestuurders zullen niet meer streven naar succes op de lange termijn en hebben een zorgplicht ten aanzien van zowel nieuwe als bestaande schuldeisers.

Bestuurders die verlieslatende activiteiten te lang voortzetten lopen het risico aansprakelijk te worden gesteld. Daarbij vallen grofweg twee situaties te onderscheiden: (i) tegen beter weten in nieuwe verplichtingen aangaan namens de vennootschap die niet kunnen worden nagekomen (de 'Beklamel-norm') en (ii) bewerkstelligen dat de vennootschap verplichtingen niet nakomt, zoals het onttrekken van vermogen en selectieve (wan)betaling van schuldeisers.

In de praktijk zal het omslagpunt als hiervoor geschetst vaak lastig te herkennen zijn. Belangrijk om te benadrukken is dat bestuurders ook in financieel moeilijke tijden een zekere vrijheid blijft toekomen: zij moeten immers op zoek naar een oplossing, ook als het overleven van de onderneming onzeker is (zo lang er een reëel perspectief bestaat). Hieronder een korte opsomming van enkele tips voor bestuurders:

  1. Kritische zelfreflectie. Heeft het bestuur zelf alle kennis en kunde om de onderneming door de crisis te loodsen? Zo nee, dan doet het bestuur er verstandig aan de ontbrekende kennis en kunde (tijdelijk) 'in huis' te halen, al dan niet door extern advies;
  2. Financiële analyse. Het bestuur moet erop toezien dat een goede analyse wordt gemaakt van de financiële positie van de onderneming, de oorzaken van de verslechtering daarvan en de kasstromen op korte en middellange termijn;
  3. Herstructureringsplan. Stel een reddingsplan op. Welke activiteiten kunnen/moeten worden gestaakt? Welke mogelijkheden zijn er om de liquiditeitspositie te verbeteren en de balans te versterken? Betrek essentiële stakeholders.

Deze stappen zijn bij uitvoering uiteraard uitgebreider en tijdsintensiever dan hierboven geschetst. De op te stellen analyses en reddingsplannen variëren per sector en (grootte van) de onderneming. Laat u in voorkomende gevallen dan ook altijd adviseren. Vragen of meer informatie? Neem contact op met Lars Krieckaert (l.krieckaert@banning.nl) of Matthijs Steenpoorte (m.steenpoorte@banning.nl).