Beroepsvereniging van artsen: aanbestedende dienst of niet?

woensdag, 2 oktober 2013

Het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: ‘het Hof’) heeft op 12 september 2013 arrest gewezen in de zaak IVD GmbH & Co. KG tegen Ärztekammer Westfalen-Lippe (hierna: ‘Ärztekammer’). De vraag die het Hof beantwoordt is of een beroepsvereniging van artsen kwalificeert als een publiekrechtelijke instelling en derhalve is te beschouwen als aanbestedende dienst. Het Hof beantwoordt deze vraag ontkennend.

Feiten en achtergronden
Ärztekammer heeft een aanbesteding uitgeschreven voor het drukken en het verzenden van haar informatieblad, de verkoop van advertentieruimte en de abonnementenverkoop. Zij kiest uiteindelijk voor WWF Druck + Medien GmbH. IVD is het niet eens met deze beslissing, omdat de gevraagde referenties niet zijn overgelegd en besluit de zaak aan de rechter voor te leggen. Het Oberlandesgericht Düsseldorf beslist uiteindelijk om ambtshalve te toetsen of Ärztekammer een publiekrechtelijke instelling is in de zin van artikel 1 lid 9 van de Europese Aanbestedingsrichtlijn. Dit betreft een van de meer complexe begrippen uit het aanbestedingsrecht.

De rechter oordeelt dat voldaan is aan de criteria van artikel 1 lid 9 sub a en b van de Richtlijn. De taken van Ärztekammer zijn namelijk taken van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn en daarnaast bezit de vereniging van artsen rechtspersoonlijkheid. De rechter aarzelt of tevens is voldaan aan de c-grond. Deze luidt als volgt: “waarvan ofwel de activiteiten in hoofdzaak door de staat, de territoriale lichamen of andere publiekrechtelijke instellingen worden gefinancierd, ofwel het beheer onderworpen is aan toezicht door deze laatste, ofwel de leden van het bestuursorgaan, het leidinggevend of het toezichthoudend orgaan voor meer dan de helft door de staat, de territoriale lichamen of andere publiekrechtelijke instellingen zijn aangewezen.”

De rechter besluit hierover een prejudiciële vraag aan het Hof te stellen.

Oordeel van het Hof
Het Hof is, kort gezegd, van oordeel dat Ärztekammer beschikt over organisatie- en begrotingsautonomie. Dit staat er volgens het Hof aan in de weg dat zij kan worden gezien als een van de overheid sterk afhankelijke instelling, zodat niet voldaan is aan de c-grond. Dit betekent dat Ärztekammer geen aanbestedende dienst is.

Opvallend is dat de beroepsvereniging van artsen staat vermeld op de niet-limitatieve lijst van publiekrechtelijke instellingen (bijlage III bij de Richtlijn). Dit arrest bevestigt dat vermelding op deze lijst niet doorslaggevend is. Uit de lijst vloeit enkel een weerlegbaar vermoeden voort dat sprake is van een publiekrechtelijke instelling.