Beroepsgeheim advocaten onder druk

donderdag, 28 oktober 2010

Het ministerie van Veiligheid en Justitie en het ministerie van Financiën zijn in gesprek met de Nederlandse Orde van Advocaten. Sinds 2008 zijn advocaten verplicht ongebruikelijke transacties te melden aan het Bureau Financieel Toezicht (BFT). Het Bureau zou onvoldoende toezicht kunnen houden, omdat te weinig advocaten zulke meldingen zouden doen. Hierdoor zou het beroepsgeheim van advocaten mogelijk op de schop gaan.

De ministeries willen dat het BFT inzage krijgt in dossiers van advocaten, wanneer zij de betreffende cliënten verdenkt van witwassen, fraude of andere criminele activiteiten. Tot op de dag van vandaag kan alleen inzage worden verkregen, indien er sprake is van bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer de advocaat zelf verdachte is en inzage door de rechter en de deken moet worden getoetst.

Opties Algemene Raad

De Algemene Raad van de Orde van Advocaten wil voor half december 2010 met een voorstel komen ter verscherping van het toezicht op witwaspraktijken. Voor het geval dat dat voorstel er niet, of niet tijdig komt, hebben de ministeries reeds aangekondigd te komen met een voorstel voor een wet die het BFT inzage geeft in cliëntendossiers. De Algemene Raad heeft een discussiestuk opgesteld met drie mogelijk opties, zijnde:

  1. Het Wwft toezicht binnen de Orde beleggen bij de dekens. De dekens zijn de feitelijke toezichthouders en kunnen eventueel de expertise van het BFT inschakelen om onderzoeken uit te voeren.
     
  2. Het Wwft-toezicht binnen de Orde beleggen bij een nieuw op te richten onafhankelijk toezichthoudend orgaan. Net als de dekens is dit orgaan verantwoording schuldig aan de systeemtoezichthouder. 
     
  3. Het Wwft-toezicht buiten de Orde beleggen bij het BFT.

Aantasting verschoningsrecht onbespreekbaar

Een aantal lokale dekens is van mening dat de deuren van advocatenkantoren gesloten moeten blijven voor het BFT. Het bieden van inzage in dossiers is volgens hen in strijd met het verschoningsrecht van de advocaat, omdat een cliënt erop moet kunnen vertrouwen dat wat hij met zijn advocaat bespreekt niet zonder zijn toestemming naar buiten komt.

Voorts is hoogleraar Y. Buruma van oordeel dat, mocht er een wet komen die het BFT inzage in dossiers van advocaten zou geven, deze wet geen stand zal houden bij het Europees Hof voor de Rechten van de mens (EHRM). Inzage in dossiers door een overheidsorgaan zou leiden tot een ontoelaatbare inbreuk op het grondrecht dat alle verdachten in vertrouwen met hun advocaat moeten kunnen spreken.

Anneloes de Graaf-Ardts, LL.B

Gerelateerd aan
Auteur