Beoogde ingangsdatum WWZ nog steeds 1 juli 2014

maandag, 5 mei 2014

Naar aanleiding van het voorlopig verslag van de commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft minister Asscher op 1 mei jl. de memorie van antwoord ingediend bij de Eerste Kamer.

In de memorie van antwoord wordt ingegaan op de vragen en opmerkingen uit het voorlopig verslag van de commissie, zoals dat op 23 april jl. is vastgesteld. Op dinsdag 6 mei zal de verdere procedure worden besproken. Dan wordt duidelijk hoe de verdere voorbereiding zal verlopen en op welk moment de plenaire behandeling van het wetsvoorstel plaats gaat vinden.

In het voorlopig verslag werd door de commissie onder meer de vraag gesteld of de regering er bezwaar tegen heeft om het wetsvoorstel later (op 1 juli 2015) in werking te laten treden. In de memorie van antwoord is de regering op deze vraag ingegaan door aan te geven dat geen aanleiding wordt gezien om de wijzigingen, die reeds per 1 juli 2014 zouden moeten ingaan, uit te stellen tot 2015. Dit betekent dat de wijzigingen die betrekking hebben op o.a. de proeftijd, het concurrentiebeding en de aanzegtermijn vooralsnog per 1 juli 2014 in werking treden.

In de memorie van antwoord wordt ook reparatiewetgeving aangekondigd. Het gaat met name om reparatie van onduidelijkheden en weeffoutjes. Substantiële inhoudelijke wijzigingen worden er niet aangebracht. De memorie van antwoord biedt wel duidelijkheid over de verrekeningsmogelijkheden bij de transitievergoeding. Zo maakt de regering duidelijk dat loondoorbetalingskosten bij ziekte en re-integratie niet op de transitievergoeding in mindering mogen worden gebracht.

Auteur