Behandelaar: alcoholverslaving is een ziekte. Gevolgen voor een ontbindingsverzoek?

maandag, 30 januari 2012

Vanwege zijn “vergewisplicht” moet een kantonrechter controleren of een ontbindingsverzoek verband houdt met het bestaan van enig opzegverbod, bijvoorbeeld dat tijdens ziekte. De “reflexwerking” van het opzegverbod tijdens ziekte kan in de weg staan aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Hoe streng kantonrechters met deze reflexwerking omgaan, is verschillend. Van belang is in ieder geval of daadwerkelijk sprake is van “ziekte”. Dat ook een alcoholverslaving onder dat begrip kan vallen blijkt uit de uitspraak van kantonrechter Haarlem, die met een beroep op de reflexwerking van het opzegverbod tijdens ziekte het ontbindingsverzoek afwijst.

Aanleiding ontbindingsverzoek

De werknemer is in dienst van KLM als Cabin Attendant (purser). Bij calamiteiten moeten pursers snel en doelmatig handelen en de instructies uit de cockpit doorgeven aan de cabincrew. Hun handelen beïnvloedt de veiligheid van passagiers en personeel dus rechtstreeks. Reden waarom KLM een streng alcoholbeleid voert: vlak voor en tijdens vluchten mag geen alcohol worden gebruikt. Dit beleid wordt op tal van manieren aan het personeel bekend gemaakt: via de cao, in folders, bulletins en tijdens trainingen.  

In juli 2009 constateert KLM dat de purser alcohol heeft gedronken tijdens een vlucht. De werknemer verklaart vervolgens dat hij in het verleden een alcoholprobleem heeft gehad waarvoor hij is behandeld in de Jellinek kliniek. KLM treedt adequaat op:

-   

zij berispt de werknemer en waarschuwt dat een tweede overtreding van de voorschriften rondom alcoholgebruik aanleiding kan geven tot ontslag;

-

partijen spreken af dat KLM de werknemer ondersteunt bij het oplossen van zijn alcoholprobleem en ondertekenen een ‘anti-alcoholcontract’;

-

werknemer mag tijdens zijn behandeltraject geen vliegend werk doen en wordt ‘op de grond’ aan het werk gezet totdat hij geen alcoholprobleem meer heeft.

Nadat drie maanden op een rij geen alcoholsporen in zijn bloed zijn aangetroffen, eindigt het anti-alcoholcontract en gaat de werknemer weer aan de slag als purser. Begin maart 2011 benadrukt werknemer nog dat hij geen alcoholprobleem heeft. Enkele weken later geeft hij aan dat hij weer drinkt, maar dat hij dat ‘zeer restrictief’ en ‘matig’ doet. Begin mei 2011 meldt werknemer zich echter ziek en stelt hij zich nogmaals onder behandeling van de Jellinek kliniek.

Diezelfde maand ontdekt KLM dat de werknemer voor de tweede keer alcohol heeft gedronken tijdens een vlucht. Werknemer erkent dat. Voor KLM is daarmee de maat vol: zij is alle vertrouwen in werknemer verloren en verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Standpunten partijen

KLM stelt dat zij, onder meer in verband met de vliegveiligheid, er op moet kunnen vertrouwen dat haar werknemers tijdens de uitoefening van hun functie niet onder invloed van alcohol zijn. Doordat  werknemer een tweede keer de regels heeft overtreden (ondanks dat hij een gewaarschuwd mens was en KLM hem eerder volledig had ondersteund bij zijn behandeling) heeft KLM het vertrouwen in een vruchtbare samenwerking verloren. KLM verwijt hem ook dat hij geen ‘open kaart’ heeft gespeeld, maar haar voorhield dat alles goed met hem ging.

Werknemer beroept zich op rapportages van zijn behandelend psychiater en psycholoog. Zij verklaren onder meer dat de alcoholverslaving als een ziekte moet worden beschouwd en dat deze nauw zou samenhangen met zijn psychiatrische aandoening (een bipolaire II stoornis). Werknemer zou een “false self” hebben: een gesplitst zelfbeeld waarbij hij enerzijds zelfverzekerd, sociaal bekwaam en maatschappelijk succesvol overkomt, maar anderzijds eenzaam, angstig en depressief is. Om die leegte en depressie niet te voelen, drinkt hij.

Volgens werknemer is zijn alcoholverslaving de enige reden voor het ontbindingsverzoek. Daarom zou het ontbindingsverzoek moeten afstuiten op de reflexwerking van het opzegverbod tijdens ziekte, nu zijn alcoholverslaving een ziekte is.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter vergewist zich ervan of het ontbindingsverzoek verband houdt met het opzegverbod tijdens ziekte. Volgens KLM is dat niet het geval: de reden voor het ontbindingsverzoek is gelegen in de vertrouwensbreuk en niet in de alcoholverslaving.

De kantonrechter volgt KLM hier in niet. De rechter acht aannemelijk dat de alcoholverslaving in direct verband staat met werknemers psychische aandoening. Ook acht de rechter aannemelijk dat zijn “false self” ertoe heeft geleid dat werknemer zijn situatie tegenover KLM rooskleuriger heeft voorgesteld dan dat deze in werkelijkheid was.

De rechter concludeert dat het wegvallen van vertrouwen van KLM rechtstreeks voortvloeit uit de ziekte van de werknemer. Daarom staat het opzegverbod tijdens ziekte aan toewijzing van het ontbindingsverzoek in de weg. KLM wordt niet-ontvankelijk verklaard en moet de werknemer in dienst houden.

Commentaar

In casu kan KLM weinig worden verweten: ze voert een duidelijk alcoholbeleid, geeft daar veel bekendheid aan, berispt de werknemer na zijn eerste overtreding daarvan, wijst hem op de consequenties van een toekomstige overtreding en ondersteunt hem bovendien  bij het oplossen van zijn alcoholproblemen.

De rechter toetst echter streng en volgt het oordeel dat de alcoholverslaving als een ziekte moet worden beschouwd. Vervolgens neemt hij een rechtstreeks verband aan tussen de alcoholverslaving en de vertrouwensbreuk, zodat de reflexwerking van het opzegverbod tijdens ziekte aan ontbinding in de weg staat.

Conclusie

Werkgevers die de arbeidsovereenkomst met een alcoholverslaafde werknemer willen laten ontbinden moeten erop bedacht zijn dat de reflexwerking van het opzegverbod tijdens ziekte tot afwijzing van het verzoek kan leiden. Hoe streng kantonrechters omgaan met de reflexwerking van dit opzegverbod, is verschillend. Dat geldt ook voor zaken waarin de werknemer alcoholverslaafd was. In ieder geval zal elk verband tussen het verzoek en de alcoholverslaving moeten ontbreken. Met uitzondering van een ontbindingsverzoek vanwege een bedrijfseconomische noodzaak, zal dat geen eenvoudige taak zijn (zoals ook uit deze uitspraak blijkt).

(Kantonrechter Haarlem, 14 september 2011, JAR 2012/2)