Beëindiging van bouwcontracten in de economische crisis

maandag, 18 maart 2013

De bouwsector worstelt al jarenlang met de economische crisis. Bij opdrachtgevers ontbreekt vertrouwen in de markt en aannemers proberen het hoofd boven water te houden. Om aan het werk te blijven hanteren aannemers steeds vaker lage inschrijfprijzen waarbij niet of nauwelijks risicomarges worden begroot. Kunnen bouwcontracten worden beëindigd ?

Door tegenvallende resultaten, slecht betalende contractspartijen en felle concurrentie wordt de bouwsector dagelijks geconfronteerd met faillissementen. Ook reeds gesloten bouwcontracten staan in de crisisperiode onder druk. Veel projecten gaan niet door, omdat er geen kopers en/of huurders kunnen worden aangetrokken. Daarnaast wordt het voor opdrachtgevers steeds moeilijker om een project gefinancierd te krijgen. Ook tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden worden opdrachtgevers met aanzienlijke problemen geconfronteerd. In dit licht is het goed om te weten dat opdrachtgevers verschillende mogelijkheden hebben om een project af te blazen.

Indien een opdrachtgever een aannemingsovereenkomst wenst te beëindigen, kan hij de overeenkomst doorgaans ontbinden of opzeggen. Hoewel deze beëindigingsmogelijkheden beide beogen het project af te blazen, is het belangrijk om deze twee juridische figuren goed uit elkaar te houden.

Indien de opdrachtgever de overeenkomst wenst te ontbinden, dient vast te staan dat een aannemer ondanks aanmaning tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Er moet met andere woorden sprake zijn van een tekortkoming aan de zijde van de aannemer. Indien de overeenkomst rechtsgeldig door de opdrachtgever is ontbonden, dient – kort gezegd – te worden afgerekend naar de stand van het werk. Dit betekent dat moet worden vastgelegd welke werkzaamheden al door de aannemer zijn uitgevoerd. De opdrachtgever dient deze werkzaamheden te vergoeden. De opdrachtgever kan daarnaast aanspraak maken op vergoeding van de eventueel geleden schade.

Indien er geen sprake is van een tekortkoming aan de zijde van de aannemer heeft de opdrachtgever nog de mogelijkheid om de overeenkomst op te zeggen. Een opdrachtgever hoeft hiervoor doorgaans geen reden op te geven. De opzegging verschilt voornamelijk van de ontbinding voor wat betreft de wijze van afrekening. Niet de stand van het werk wordt als uitgangspunt genomen, maar de overeengekomen aanneemsom. Bij een opzegging door de opdrachtgever kan de aannemer immers aanspraak maken op de overeengekomen aanneemsom (inclusief meerwerk) verminderd met de door de aannemer bespaarde kosten.

Volgens vaste rechtspraak van de Raad van Arbitrage voor de Bouw heeft een onterechte ontbinding te gelden als een opzegging. Dit betekent dat een opdrachtgever vooraf moet bedenken of en zo ja op welke wijze hij de overeenkomst wenst te beëindigen. Indien de overeenkomst wordt opgezegd, kan dit immers grote financiële gevolgen met zich brengen. Het is bovendien raadzaam om voorafgaande aan de beëindiging de tekst van de gesloten overeenkomst inclusief de toepasselijke algemene voorwaarden goed te bestuderen. In overeenkomsten en bijbehorende algemene voorwaarden kunnen namelijk de beëindigingsmogelijkheden voor een opdrachtgever worden beperkt, gewijzigd of aangevuld.

Voordat wordt overgegaan tot beëindiging van een aannemingsovereenkomst is het derhalve van belang om de financiële en juridische gevolgen goed in kaart te brengen.