Bedrijfsjuridische Berichten, juli 2012, "Vrijwaring voor de persoonlijke boete: geen uitdrukkelijk verbod"

dinsdag, 31 juli 2012

De Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: NMa) komt een ruime beleidsvrijheid toe bij het opleggen van boetes wegens overtreding van de Mededingingswet (hierna: Mw). Deze beleidsvrijheid past zij afhankelijk van de zaak in meer of mindere mate toe en kan onder meer tot uitdrukking komen in het toepassen van boeteverhogende en -verlagende omstandigheden. In haar besluit van 30 december 2011 (Besluit 6888 LHV, hierna: Besluit) neemt de NMa een ‘nieuwe’ boeteverhogende omstandigheid in aanmerking. In dit besluit heeft de NMa de Landelijke Huisartsenvereniging (hierna: LHV) voor ruim € 7.7 miljoen beboet wegens overtreding van het kartelverbod. Daarnaast krijgen twee functionarissen een persoonlijke boete van respectievelijk € 50.000 en € 25.000 omdat de NMa hen persoonlijk verantwoordelijk houdt voor de aanbevelingen van de LHV aan de leden. De boete voor de LHV wordt met 5% verhoogd omdat de LHV – nadat de NMa haar onderzoek was gestart – had toegezegd een eventuele boete voor de functionarissen voor haar rekening te nemen.

Hoewel wij de redenatie van de NMa tot op zekere hoogte kunnen volgen, staat het betalen van een persoonlijke boete door de werkgever naar onze mening niet in alle gevallen op gespannen voet met de Mw. In deze bijdrage wensen wij een aantal kanttekeningen te plaatsen bij de handelwijze van de NMa. Allereerst bespreken wij summier het wettelijk kader van feitelijk leidinggeven. Daarna staan wij kort stil bij de LHV-zaakVervolgens plaatsen wij eerdergenoemd standpunt van de NMa in perspectief door zowel in te gaan op de wetsgeschiedenis als de arbeidsrechtelijke normen in het licht van goed werkgeverschap.