BANNING ABC - Verrekening

dinsdag, 16 december 2014
  • tenietgaan van verbintenissen
  • wederkerige schuldeisers/schuldenaren
  • beantwoorden prestatie
  • bevoegdheid tot betaling
  • afdwingbaarheid vordering
  • verrekeningsverklaring
  • regelend recht
  • terugwerkende kracht
  • kwitantie/bewijsstukken
  • weigeringsgrond
  • eigen bevoegdheid tot verrekening
  • verrekening gaat vóór ontbinding

Verrekening is een wijze van tenietgaan van verbintenissen: het wederzijds laten wegvallen van vorderingen die twee partijen op elkaar hebben.

Als twee partijen over en weer elkaars schuldeiser en schuldenaar zijn, is het doelmatiger de vorderingen tegen elkaar te laten wegvallen. Doorgaans gaat het bij verrekening om geldvorderingen, maar dat hoeft niet.

Wanneer beide schulden even groot zijn, gaan beide schulden voor het geheel teniet. Als er verschil in omvang is, gaan beide schulden teniet ten belope van de kleinste schuld.

Om een geslaagd beroep op verrekening te kunnen doen, moet voldaan zijn aan een aantal vereisten. Een schuldenaar is bevoegd tot verrekening wanneer:

  1. hij een prestatie heeft te vorderen van dezelfde wederpartij (wederkerige schuldeisers/schuldenaren): beide partijen moeten zowel elkaars schuldeiser als elkaars schuldenaar zijn. Is aan dit vereiste niet voldaan, dan kan niet worden verrekend. Als X bijvoorbeeld als gevolmachtigde van Y over gaat tot inning van een vordering op C, kan X die vordering niet verrekenen met een eigen schuld van X aan C.
  2. die prestatie beantwoordt aan zijn schuld: daarvan is sprake als de schuldenaar bevoegd zou zijn om zijn schuld met het door de ander aan hem verschuldigde te betalen. Het meest voorkomende is verrekening van te betalen geldbedragen, maar dat hoeft niet. Wanneer het gaat om verrekening van wederzijds te leveren goederen, ligt het ingewikkelder. Als het over en weer gaat om prestaties die zien op goederen van eenzelfde soort en kwaliteit, beantwoorden zij aan elkaar, ook als de over en weer verschuldigde hoeveelheden van elkaar verschillen. In dat geval wordt verrekend tot het gemeenschappelijk beloop van de vorderingen. Van het beantwoorden van prestaties is geen sprake als de ene partij een hoeveelheid naar de soort bepaalde goederen schuldig is en de andere partij een aantal individueel bepaalde, andersoortige goederen te vorderen heeft. Onder prestatie wordt verstaan de prestatie als geheel, dus inclusief bijkomstige bedingen waaraan de tegenoverliggende verbintenis moet beantwoorden. 
  3. hij bevoegd is de betreffende schuld te betalen (bevoegdheid tot betaling): in het algemeen geldt dat een schuldenaar bevoegd is te betalen, ook als er een tijdstip of termijn voor de nakoming is bepaald. Dat geldt niet in die gevallen waarin de niet-opeisbaarheid van een vordering (mede) in het belang van de schuldeiser is bedongen.
  4. hij bevoegd is de betaling van zijn vordering af te dwingen (afdwingbaarheid vordering): een vordering is niet afdwingbaar als er in het belang van de wederpartij een tijdsbepaling is gesteld, als de vordering voorwaardelijk is, als de wederpartij zich op zijn opschortingsrecht beroept of als het gaat om een natuurlijke verbintenis (bijvoorbeeld een morele verplichting).

Bij verrekening gaan verbintenissen in beginsel niet van rechtswege teniet, maar door een verklaring van een partij die bevoegd is tot verrekening. Een uitzondering op dat beginsel vormt de rekening-courant verhouding; daarbij geschiedt de verrekening van rechtswege. De ‘verrekeningsverklaring’ is vormvrij, maar om werking te hebben, moet de tot de schuldeiser gerichte verklaring de schuldeiser wel hebben bereikt (de ontvangsttheorie).

De wettelijke bepalingen over verrekening zijn van regelend recht. Partijen kunnen bij overeenkomst daarvan afwijken. Zo kunnen partijen de bevoegdheid tot verrekening uitsluiten of beperken of juist uitbreiden tot gevallen waarin niet aan de wettelijke vereisten is voldaan. Partijen kunnen bijvoorbeeld overeenkomen dat zij ook vorderingen mogen verrekenen die nog niet opeisbaar zijn.

De verrekening werkt terug (een aantal uitzonderingen daargelaten) tot het tijdstip, waarop de bevoegdheid tot verrekening is ontstaan.

De schuldenaar wiens schuld geheel of gedeeltelijk door verrekening is tenietgegaan, heeft in beginsel recht op een kwitantie en op afgifte van bewijsstukken die de schuldenaar ter zake van de schuld aan de schuldeiser heeft verstrekt.

Wanneer een partij een verrekeningsverklaring heeft uitgebracht, kan de andere partij die grond had om nakoming van haar verbintenis te weigeren de werking aan die verklaring ontnemen door ‘onverwijld’ (dat wil zeggen: zonder vertraging) een beroep te doen op die weigeringsgrond (zoals vernietiging, ontbinding, opschorting).

Aan een verrekeningsverklaring kan ook de werking worden ontnomen doordat, nadat de ene partij een verrekeningsverklaring heeft uitgebracht, de andere partij ‘onverwijld’ gebruik maakt van een eigen bevoegdheid tot verrekening. Dat geldt alleen wanneer deze eigen bevoegdheid verder terugwerkt (met andere woorden: indien deze bevoegdheid ‘ouder’ is). Op deze wijze dient het (tweede) beroep op verrekening in feite als verweermiddel.

Een beroep op verrekening kan ook als verweermiddel dienen bij ontbinding. Wanneer een partij door middel van een verklaring de overeenkomst ontbindt, heeft de andere partij die tot verrekening bevoegd is de mogelijkheid om ‘onverwijld’ een beroep te doen op verrekening en daarmee aan de ontbindingsverklaring haar werking ontnemen. In dit geval gaat verrekening vóór ontbinding.