Alleenstaande ouderkop: draagkracht of behoefte

dinsdag, 12 mei 2015

In een eerder artikel schreef ik over de "rechterlijke ongehoorzaamheid bij vaststelling kinderalimentatie". Toen gaf ik aan dat de Wet hervorming kindregelingen, die op 1 januari 2015 in werking is getreden, de elf bestaande (belasting)voordelen heeft verjaagd en dat daarvoor naast het kindgebonden budget (hierna: kgb) een zogenaamde alleenstaande ouderkop in de plaats is getreden.

Alleenstaande ouders ontvangen bij een inkomen van maximaal € 19.463,- bruto per jaar een bedrag van € 3.050,- voor alle kinderen samen, dat maandelijks met € 254,17 naast het reguliere kgb wordt uitbetaald. De rechters, die op dit moment het beleid vormen ten aanzien van kinderalimentatie en die zich verenigd hebben in de Expertgroep Alimentatienormen, adviseren de alleenstaande ouderkop te zien als (gedeeltelijke) voldoening aan de behoefte van kinderen. Zij zien deze uitkering, die in de plaats is gekomen van de vroegere alleenstaande ouderkorting voor de verzorgende ouder, dus niet als inkomensbestanddeel, maar als post waarmee de behoefte van kinderen wordt ingevuld.

Het gevolg van dat standpunt wordt onmiddellijk duidelijk aan de hand van het voorbeeld, dat de Expertgroep Alimentatienormen in haar Tremarapport van 2015 heeft gegeven:

Besteedbaar inkomen man t.t.v. huwelijk € 1.800,- p/m
Besteedbaar inkomen vrouw t.t.v. huwelijk € 1.150,- p/m
Aanspraak kgb t.t.v. huwelijk € 50,- p/m +

Totaal besteedbaar gezinsinkomen € 3.000,- p/m

Eigen aandeel kosten van kinderen op basis van dat besteedbaar gezinsinkomen en uitgaande van één kind van vijf jaar: € 450,- per maand (tabel 2014-2).

Daarvan wordt afgetrokken de aanspraak kgb van de ouder waar het kind verblijft na uiteengaan: € 85,- per maand. Dus het eigen aandeel van de ouders in de kosten van het kind komt daarmee op € 365,- per maand.

Stel in dit voorbeeld dat partijen eind 2014 zijn gescheiden en dat het kind in 2015 bij de vrouw woont. Zij ontvangt dan in 2015 een kgb van € 86,- per maand, verhoogd met de alleenstaande ouderkop van € 254,17 per maand, zijnde € 340,17. Het eigen aandeel van de ouders bedraagt dan (€ 450,- -/- € 340,- =) € 110,- per maand. De draagkracht van de vader is € 270,- per maand, geen rekening houdend met zorgkorting. Is het dan redelijk dat hij met maximaal € 110,- per maand bijdraagt in de kosten van zijn kind? Dat kan natuurlijk niet.

Naar aanleiding van Kamervragen heeft Minister Asscher doorgerekend welke de gevolgen zijn van de visie van de Expertgroep, dat de alleenstaande ouderkop in mindering strekt op het eigen aandeel van de ouders in de kosten van de kinderen. Dan blijkt uit een vijftal voorbeelden met verschillende inkomens, die alle liggen iets boven modaal en minder, dat de verzorgende ouder € 120,- per maand aan kinderalimentatie bespaart bij kinderen die jonger zijn dan twaalf en € 140,- per maand bij kinderen die ouder zijn dan twaalf. In veel gevallen waarin de ouders voor de scheiding een betrekkelijk laag besteedbaar maandinkomen hadden, wordt de hele behoefte voor een kind gevuld door het kgb met daarin de alleenstaande ouderkop. Ten gevolge van de visie van de Expertgroep hoeven alimentatieplichtige ouders in die gevallen geen kinderalimentatie te betalen.

De Rechtbank Den Haag heeft in een zestal uitspraken laten weten dit niet rechtvaardig te vinden. De Rechtbank Noord-Holland heeft zich in twee uitspraken daarbij aangesloten. Deze rechtbanken wijken af van het advies van de Expertgroep en beschouwen de alleenstaande ouderkop als inkomen aan de zijde van de alimentatiegerechtigde. De Gerechtshoven 's-Hertogenbosch en (Arnhem-)Leeuwarden sluiten zich echter aan bij de visie van de Expertgroep, met alle negatieve gevolgen van dien.

In zijn brief van 22 april 2015 heeft Minister Asscher aan de voorzitter van de Tweede Kamer laten weten dat de Wet hervorming kindregelingen er niet noodzakelijkerwijs toe leidt dat de alleenstaande ouderkop van de alimentatiebehoefte behoort te worden afgetrokken. Volgens de minister kan ook een andere keuze worden gemaakt. De Expertgroep baseert haar visie echter op de stelling dat de Wet hervorming kindregelingen wel eist dat de alleenstaande ouderkop in mindering wordt gebracht op de behoefte. Gelet op genoemde brief van Minister Asscher is dat niet juist. Terecht hebben daarom de Rechtbanken Den Haag en Noord-Holland hun rechtvaardigheidsgevoel laten spreken. De Gerechtshoven 's-Hertogenbosch en (Arnhem-)Leeuwarden zijn door de Expertgroep op het verkeerde been gezet. Het is te hopen dat de in de Expertgroep participerende rechters bereid zijn terug te komen op hun onjuiste standpunt.