Alimentatietermijn verkorten?

maandag, 17 mei 2010

Enige tijd geleden is er op burgerinitiatief van de heer Breet een discussie ontstaan over de duur van partneralimentatie. Breet stelt voor de alimentatieduur te beperken tot 5 à 8 jaar. Volgens hem bestaat er op dit moment geen enkele prikkel voor een alimentatiegerechtigde om zelf in zijn/ (meestal) haar levensonderhoud te voorzien. Dit zou volgens Breet anders zijn indien de alimentatiegerechtigde eerder op zichzelf aangewezen wordt. De vraag is of er geen andere (reeds bestaande) mogelijkheden zijn waarvan deze prikkel uitgaat.

Vroeger bestond er een levenslange onderhoudsverplichting. Hierin is bij wet van 28 april 1994 een wijziging gekomen. De alimentatieverplichting is sinds 1 juli1994 inbeginsel 12 jaar. Indien het huwelijk korter dan vijf jaar heeft bestaan en uit dit huwelijk geen kinderen zijn geboren, duurt de alimentatieverplichting zolang als het huwelijk heeft geduurd. Voor ex-echtgenoten die op grond van een uitspraak van voor 1 juli 1994 alimentatie dienen te betalen, kan de rechter de alimentatieverplichting op verzoek van de onderhoudsplichtige na 15 jaar beëindigen.

Blijkens de Memorie van Toelichting op voornoemde wet is bij de termijn van 12 jaar uitgegaan van het ongunstigste geval, namelijk een huwelijk met kinderen waarbij het jongste kind geboren werd toen de ouders scheidden. De twaalfjaarstermijn stelt de alimentatiegerechtigde in staat de zorg voor de kinderen op zich te nemen en zich erop voor te bereiden om in het eigen levensonderhoud te voorzien wanneer de kinderen naar zelfstandigheid groeien.

Tegen deze achtergrond valt er wel wat te zeggen voor een maximale alimentatieduur van (in beginsel) twaalf jaar. Uiteraard is niet in elk scheidingsgeval sprake van “het ongunstigste geval”. Veelal zijn kinderen ouder, soms zijn er helemaal geen kinderen geboren binnen het huwelijk. In vele gevallen kun je niet eens stellen dat er een achterstand op de arbeidsmarkt is ontstaan, omdat de alimentatiegerechtigde steeds (parttime) is blijven werken. In deze gevallen zou niet zonder meer strikt vastgehouden moeten worden aan de twaalfjaarstermijn. Dit is ook niet te rijmen met de hiervoor geschetste achtergrond.

Binnen de huidige wettelijke regeling bestaan er verschillende mogelijkheden om te stimuleren dat een onderhoudsgerechtigde binnen een redelijke termijn zoveel mogelijk in zijn of haar eigen levensonderhoud voorziet. Zo kan de rechter bij de echtscheiding reeds verzocht worden om de alimentatie vast te stellen onder bepaalde voorwaarden en onder vaststelling van een termijn. Een voorwaarde zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat de alimentatiegerechtigde een opleiding volgt of met een bepaalde regelmaat sollicitaties verricht. Er kan onmiddellijk al verzocht worden aan de alimentatieverplichting een kortere termijn dan twaalf jaar te verbinden. Bijvoorbeeld wanneer er geen kinderen (meer) te verzorgen zijn of geen sprake was van een traditioneel huwelijk. Ook op een later moment kan verzocht worden een dergelijke termijn vast te stellen. Van deze mogelijkheden lijken advocaten nog weinig gebruik te maken.

Rechters zijn aan de andere kant vaak terughoudend als het gaat om het vaststellen van de mogelijkheden van een onderhoudsgerechtigde om (op termijn) in zijn/haar levensonderhoud te voorzien. Er wordt niet snel een kortere termijn vastgesteld, terwijl van het meest ongunstigste geval toch niet vaak sprake is.

Wellicht valt er nog wat jurisprudentie te ontwikkelen als meer advocaten een beroep doen op de reeds bestaande mogelijkheden.

Auteur