Alimentatiebetalers opgelet!

woensdag, 15 juli 2015

Mag van degene die alimentatie ontvangt verwacht worden dat die zijn verantwoordelijkheid kent om te proberen zoveel mogelijk zelf in het eigen levensonderhoud te voorzien of moet je hem of haar daar toch af en toe eens op wijzen? 

De rechter kan partneralimentatie vaststellen als een ex-echtgenoot onvoldoende inkomsten heeft om zelf in zijn of haar behoefte te voorzien en redelijkerwijs ook niet in staat is die inkomsten te verwerven. Dit is vastgelegd in artikel 1:157 BW. Uit het artikel blijkt dat van de alimentatiegerechtigde verwacht wordt dat die probeert zoveel mogelijk zelf in het eigen levensonderhoud te voorzien. Pas als dat niet lukt, kan aanspraak gemaakt worden op alimentatie. Niet zelden vallen in gerechtelijke uitspraken dan ook zinsneden te lezen als de volgende: “Uitgangspunt is dat op de vrouw de verplichting rust om alles in het werk te stellen om in haar eigen levensonderhoud te voorzien.” (Hof ’s-Hertogensbosch 9 oktober 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:4135) Gezegd kan worden dat degene die aanspraak maakt op alimentatie dit behoort te weten zonder dat de andere echtgenoot daarop hoeft te wijzen.  

Twee recente uitspraken laten zien dat hier ook anders over gedacht kan worden.  

De eerste uitspraak betreft de uitspraak van het Hof Den Haag van 17 september 2014 (ECLI:NL:GHDHA:2014:3260). De man in de betreffende zaak vroeg zijn alimentatieverplichting in tijd te limiteren. Volgens de man kon de vrouw in kwestie in haar eigen levensonderhoud voorzien. Volgens het Hof was het echter aan beide partijen te wijten dat de vrouw na acht jaar nog steeds niet in haar eigen levensonderhoud voorzag. De man, die eigenaar was van een restaurant, betaalde de vrouw sinds 2006 naast partneralimentatie ook een salaris vanuit zijn onderneming. De vrouw stond op de loonlijst van de onderneming zonder werk te verrichten. Een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst had de man ingetrokken. Volgens het hof had de man daarmee de indruk gewekt dat de vrouw van hem niet hoefde te werken. Daarbij kwam volgens het hof dat de man de vrouw sinds de echtscheidingsbeschikking niet had gestimuleerd om te gaan werken.  

Ook in de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant van 21 mei 2015 (zaaknummer C/01/286060) vroeg de man in kwestie om limitering van zijn alimentatieverplichting. Als grond daarvoor voerde de man onder meer de houding van de vrouw aan. Volgens de man had de vrouw te weinig gedaan om haar inkomen te vergroten. Volgens de rechtbank kon echter niet geconcludeerd worden dat de vrouw te weinig had gedaan om haar inkomen te vergroten. Dit, omdat de vrouw gedeeltelijk arbeidsongeschikt was en niet vaststond dat de man de vrouw regelmatig op haar eigen verantwoordelijkheid had aangesproken.  

Conclusie: spreek als alimentatieplichtige met het oog op een mogelijk toekomstige procedure waarbij de verdiencapaciteit van de alimentatiegerechtigde een rol speelt, de alimentatiegerechtigde met enige regelmaat aan op zijn of haar verantwoordelijkheid om (meer) zelf in het eigen levensonderhoud te voorzien. En bewaar de brief of mail!