Air Baltic: Schadeclaims werkgever wegens vertraagde vlucht

maandag, 29 februari 2016

Het Hof van Justitie van de EU (“HvJEU”) heeft in het arrest Air Baltic geoordeeld dat een werkgever een schadeclaim mag indienen bij een vliegtuigmaatschappij, als werknemers op een internationale vlucht vertraagd zijn. Het gaat daarbij in beginsel om door de werkgever gemaakte extra kosten in verband met de vertraging.

Een onderzoeksdienst uit Litouwen wilde weten hoe naar Europees recht het “Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer” moest worden uitgelegd. Dit zogeheten Verdrag van Montreal is een internationale overeenkomst uit 1999, die later door de EU is goedgekeurd (Besluit 2001/539/EG van 5 april 2001 (PB L 194, blz. 38).

De Litouwse onderzoeksdienst had (indirect via een reisagentschap) vliegtickets gekocht voor twee van haar werknemers. Die moesten een flink eind vliegen. De werknemers misten wegens vertragingen een aansluitende vlucht. Eindelijk aangekomen op de plaats van hun bestemming, liep de beoogde werktijd natuurlijk flink uit. De werkgever moest daardoor extra dagvergoedingen betalen en hogere sociale bijdragen. Zij leed dus schade en wilde deze verhalen op de luchtvaartmaatschappij Air Baltic. In eerste aanleg werd Air Baltic door de Litouwse rechter veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van omgerekend zo’n EUR 338,-. In hoger beroep bleef dit oordeel staan, waarna Air Baltic naar het hooggerechtshof van Litouwen stapte. Om duidelijkheid te krijgen over de vraag of een luchtvaartmaatschappij op grond van het Verdrag van Montreal ook jegens derden (in dit geval de werkgever) aansprakelijk kon zijn, stelde het hooggerechtshof van Litouwen een prejudiciële vraag aan het Europese Hof van Justitie.

Beoordeling

Na hun inwerkingtreding zijn de bepalingen van het Verdrag van Montreal integraal onderdeel gaan uitmaken van de rechtsorde van de EU, zodat het HvJEU als hoogste rechter bevoegd is een prejudiciële beslissing te geven over de uitlegging ervan (HvJEU C‑344/04, EU:C:2006:10 (IATA), punt 36; HvJEU C‑63/09, EU:C:2010:251 (Walz), punt 20).

Een internationaal verdrag moet worden uitgelegd op basis van de bewoordingen waarin het is opgesteld, maar ook in het licht van de doelstellingen ervan (artikel 31(1) Verdrag inzake het verdragenrecht 1969; HvJEU C‑344/04, EU:C:2006:10 (IATA), punt 40; HvJEU C‑63/09, EU:C:2010:251 (Walz), punt 23).

Het Verdrag van Montreal geeft de voorwaarden waaronder personen schade kunnen claimen. Het is de vraag of compensatie voor vertraagde vluchten daaronder valt. Daarnaast is het de vraag of dat soort schade überhaupt wel door werkgevers kan worden geclaimd (in plaats van door de werknemers die als passagier werden vervoerd).

HvJEU start een uitvoerige exegese. Juridisch interessant, omdat verschillende interpretatiemethoden worden gehanteerd. Onder meer vergelijkt het HvJEU de verschillende authentieke taalversies en beoordeelt zij (intern) verdragssystematisch.

Uiteindelijk komt het HvJEU tot de conclusie (1) dat schade wegens een vertraagde vlucht in beginsel verhaalbaar is, en (2) dat nergens overtuigend uit blijkt dat alleen de werknemer als passagier schade mag claimen, zodat zijn werkgever niet a priori kan worden uitgesloten:

“46. Uit al het voorgaande volgt dat artikel 19 van het Verdrag van Montreal, gelet op de bewoordingen en de context ervan alsook het door dit Verdrag nagestreefde doel van bescherming van de consumentenbelangen, aldus moet worden uitgelegd dat het niet alleen van toepassing is op door een passagier geleden schade, maar ook op schade geleden door een persoon in zijn hoedanigheid van werkgever, die met een luchtvervoerder een overeenkomst voor internationaal vervoer heeft gesloten voor het vervoer van passagiers die zijn werknemers zijn”.

Commentaar

Het arrest Air Baltic is goed nieuws voor werkgever. Wie werknemers veel op reis stuurt, kan nu een systeem optuigen om vertraagde vluchten te signaleren en vervolgens een schadeclaim indienen bij de desbetreffende luchtvaartmaatschappij. Het gaat wellicht niet altijd om de grootste bedragen, maar elke paar honderd euro is meegenomen (zeker als men vaker met vertragingen heeft te maken). Zoals de prejudiciële vraag liet zien, kunnen in beginsel ook zaken als salaris, (overwerk)toeslagen en sociale lasten voor vergoeding in aanmerking komen.

Het HvJEU heeft met haar interpretatie van het Verdrag van Montreal het toepassingsbereik daarvan aanzienlijk uitgebreid. De EU was wereldwijd al een voorloper in het toekennen van schadevergoeding voor vertraagde vluchten aan consumenten. Nu krijgen ook werkgevers een duidelijke aanspraak ingeval van schade voor vertraagde vluchten van hun werknemers. Dat geldt ook voor Nederlandse werkgevers, aangezien het Verdrag van Montreal in 2004 in Nederland in werking is getreden.

Betekent dit dat u als werkgever vanaf nu onbeperkt schade kunt gaan claimen? Nee. Het Verdrag van Montreal bevat een aansprakelijkheidsbeperking “per passagier”. Die wordt door het HvJEU één-op-één doorgezet naar de werkgever. Deze financiële begrenzing wordt in het Verdrag van Montreal lastig gedefinieerd. Ze is bovendien onderhevig aan periodieke wijzigingen door het IMF (vgl. artikel 22(1) Verdrag van Montreal):

In the case of damage caused by delay as specified in Article 19 in the carriage of persons, the liability of the carrier for each passenger is limited to 4 694 Special Drawing Rights”.

Op dit moment zou de aansprakelijkheidsgrens na conversie EUR 5.940,24 zijn (vgl. artikelen 23(1) io. 22(1) Verdrag van Montreal; berekening). Dat is dus het maximale dat een werkgever aan schade zou kunnen claimen. Per vertraagde werknemer.

Meer weten over schadeclaims en vluchtvertraging?

Mail vrijblijvend met onze gespecialiseerde advocaten Adriaan Buyserd (ContactLinkedIn) of Jeff van Veen (Contact).